'VERGETEN IS BALLINGSCHAP, HERINNEREN VERLOSSING'








De herdenking op 10 december 1994.
Op de voorste rij de twee zussen van Jan: Anna en Nel
En op de hoek Tonny van der Wekken-van der Bijl.


INLEIDING

Wanneer je de geschiedenis van de Tien van Renesse bestudeert, kom je keer op keer de herdenking tegen op de 10de december. Die vond plaats tot het jaar 2009. Toen de laatste weduwe was gestorven, is besloten vanaf 2010 de herdenking op 4 mei te houden als onderdeel van de Nationale Dodenherdenking.

Een bijzondere toespraak vind ik die van ds. Aarnoud van der Deijl, toen predikant te Burgh Haamstede. Hij hield die op 10 december 1994, precies 50 jaar na de ophanging. De herdenkingsplechtigheid vond plaats in de kerk van Renesse. Daar waren Nel en Anna bij, samen met Tonny van der Wekken.

Deze indrukwekkende toespraak geef ik graag een plaats op deze website. De overweging is een fraai voorbeeld van de zorgvuldigheid en ernst waarmee de Tien van Renesse werden herdacht.


'VERGETEN IS BALLINGSCHAP, HERINNEREN VERLOSSING'


Overweging gehouden op 10 december 1994
bij de bijeenkomst ter gedachtenis van de Tien van Renesse

Wanneer de grote rabbi IsraŽl Bašl Sjem-Tov merkte dat het ongeluk een net weefde over het joodse volk, was het zijn gewoonte op een bepaalde plaats in het woud te gaan mediteren; daar ontstak hij dan een vuur, reciteerde een gebed en het wonder voltrok zich: het onheil werd afgewenteld.

Later, toen zijn leerling, de beroemde Maggid van Mezritz, de tussenkomst van de hemel om dezelfde redenen behoefde, begaf ook hij zich naar die plaats in het woud en sprak: Heer van het heelal, hoor mij aan. Ik weet niet hoe ik een vuur moet ontsteken, maar ik kan wel het gebed opzeggen. En het wonder voltrok zich.

Nog later begaf ook rabbi Mosje-Leib van Sassov zich naar het woud om zijn volk te redden, en sprak: Ik weet niet hoe ik een vuur moet ontsteken, ik ken het gebed niet, maar ik weet de plaats en dat moet voldoende zijn. En dat was voldoende: ook hier voltrok zich het wonder. Daarna was het de beurt van rabbi IsraŽl van Rizin om het onheil dat dreigde, af te wenden. In zijn stoel gezeten vouwde hij zijn handen voor zijn gezicht en sprak tot God: Ik kan geen vuur ontsteken, ik ken het gebed niet en ik kan zelfs de plaats in het woud niet vinden. Al wat ik kan doen is u dit verhaal vertellen. Dat moet voldoende zijn. En het was voldoende. (Uit: Elie Wiesel, De poorten van het woud)

Als wij het hier vanmiddag hebben over herdenken met het oog op de toekomst, dan moeten wij het hebben over het verhaal. Want gedenken heeft met een verhaal te maken en dat verhaal weer met een toekomst. Zoals de kerk een gemeenschap is rondom een verhaal, rondom de opdracht 'doe dit tot mijn gedachtenis' en juist daarom iets kan zeggen over een toekomst, over een Godsrijk, zo zijn wij hier bijeen rondom een verhaal en dat doen wij tot gedachtenis van tien mannen, en wij doen dat om iets te kunnen zeggen over de toekomst. Iets dat tot heil strekt van onze toekomst.

In de eerste plaats werkt vertellen helend. Wie verdriet heeft of pijn, wil dat vertellen, delen met anderen. Want gedeelde smart is halve smart. Wij hebben er behoefte aan om het verhaal nogmaals te doen van tien mannen in de donkere decemberdagen van een Hongerwinter. Het verhaal van hun moed en wanhoop. Want zo krijgen onze verdriet en angst een plaats in ons leven. 'Doe dit tot mijn gedachtenis' heet in de theologie de anamnese en niet toevalligerwijze nemen artsen en psychotherapeuten ook een anamnese af, een geschiedenis, een verhaal. Want dat is de eerste stap naar genezing.

Maar de reikwijdte van het verhaal gaat verder. Van dezelfde rabbi Bašl Sjem-Tov, over wie het verhaal ging dat ik zojuist vertelde, de grote stichter van de chassidische beweging - van deze zelfde rabbi is het beroemde gezegde: 'Vergeten is ballingschap, herinneren verlossing.' Kernachtiger kan de verhouding tussen gedenken en toekomst niet worden verwoord. Zonder geschiedenis geen toekomst. Wie zich niet in de geschiedenis verdiept, is gedoemd haar te herhalen, die wordt weer slaaf in Egypte, balling in Babel, gevangene in concentratiekampen, gehangene in Renesse. Wie zich er wel in verdiept, kan de fouten uit het verleden helpen vermijden. Ja, sterker nog: herinnering is verlossing, zegt de Bašl Sjem-Tov.

En dan moet mij van het hart dat ik zelf niet erg optimistisch ben, want de rol van het verhaal lijkt uitgespeeld. De typische verhaalvorm van onze tijd is de 'soap'. Onze tijd is 'onderweg naar morgen' om met de titel van een populaire soapserie te spreken. Elke dag een nieuwe aflevering, maar wie goed kijkt, ziet weinig nieuws onder de zon. De soap is een eindeloze herhaling van hetzelfde. Elke dag wordt even geroerd in dezelfde soap als gisteren. Het nut van het verhaal is bijna niet meer over te brengen. Dat je elk jaar in de kerk op bepaalde dagen dezelfde verhalen leest, snapt men tegenwoordig niet meer. 'Alweer diezelfde verhalen?' vragen de leerlingen van de basisschool. En zij lijken niet te zien dat het die verhalen zijn die verlossing brengen.

En dat besef zullen wij absoluut levend moeten houden. Het besef dat er verhalen zijn die absoluut verteld moeten blijven worden, omdat alleen de herinnering aan die verhalen verlossing brengt. Elie Wiesel vertelt ergens hoe een vader - zijn vader? - in Auschwitz tegen zijn zoon zegt: 'Vergeet niet. Bewaar de namen. De gezichten. De tranen. En als je, door een wonder, hieruit komt, probeer dan alles te onthullen, niets over te slaan, niet te vergeten.' 'Vergeten is ballingschap, herinnering verlossing.'

Daarom is het zo goed dat wij ons hier de namen herinneren. Want dat verhaal brengt ons verlossing. Wij weten de plek in het woud - wij lopen er zo meteen naar toe. Wij kennen het lied nog - wij hebben het zojuist gezongen: 'Een vaste burcht is onze God'. En dat zal voldoende zijn voor ons om het onheil over ons volk af te wentelen. Het onheil van een herrijzend nationalisme en vreemdelingenhaat.

Misschien dat men over 50 jaar de woorden van het lied is vergeten, maar dat men nog wel de plek in het woud weet. Het zal dan zeker voldoende zijn om ook dan dat onheil af te wenden. En misschien is men over 100 jaar ook de plek in het woud niet meer kan vinden, maar dat men dan nog wel het verhaal kent van de tien van Renesse. Ik verzeker u: het zal voldoende zijn om ook dan het onheil van onderdrukking en onrecht af te wentelen.

Als uw zoon of uw dochter vraagt: 'Waarom ligt die steen daar in het woud?' - vertel hun dan het verhaal. Vertel hun dan dat zij vrij leven, dat zij kunnen gaan en staan waar zij willen, dat zij kunnen zeggen en schrijven wat zij willen. Zeg hun dat er niets mis is met het genieten van je vrijheid, maar dat aan die vrijheid wel een verhaal vast zit. Vertel hun dat vrijheid ten diepste altijd smaakt naar pijn, zoals de dichter Barnard dat verwoordde in een lied:

De vrijheid is voor de mensen
wat lucht voor de vogels is
en vrijheid is voor de mensen
wat water is voor een vis.
En vrijheid bestaat in woorden
die brood geworden zijn,
stemmen die zijn gebroken,
en bloed dat is vergoten,
de vrijheid smaakt naar pijn.

Lichamen gebroken als brood. Bloed vergoten als wijn. Daarmee heeft de vrijheid te maken. Daarom blijven wij dit doen tot gedachtenis van de tien van Renesse en van alle anderen die hun leven gaven voor de vrijheid.

Vergeten is ballingschap, herinnering verlossing.

Dank u voor uw aandacht.

Aarnoud van der Deijl