DE MOSSELKOTTER BRU 34 VAN DE GEBRS. VAN KOOTEN




De mosselkotter BRU 34 in volle glorie.
Wim Schot vertelde: we noemden hem 'de lange schaats'!
Oorspronkelijk was hij veel korter.
Het zou me niet verbazen
als er meer dan 10 meter bij is gekomen.
Hij zag er uit als de ZZ8 even verderop in dit hoofdstuk.

Het heeft even geduurd,
maar nu prijken in dit hoofdstuk al drie foto's van de boot
waarmee de 17 verzetsmensen hoopten te worden overgezet
naar bevrijd Noord-Beveland.
Helaas tevergeefs.
(Jacob de Ronde, bedankt voor deze foto.)
.


INLEIDING

In grote lijnen is het verhaal van de Tien van Renesse bekend. Dat geldt niet voor allerlei details. Eén ervan is de vraag: met wat voor soort boot zou de oversteek van de 17 verzetsmensen van Schouwen naar het bevrijde Noord-Beveland plaatsvinden?

Mijn belangstelling werd geprikkeld, nadat ik bij Huib Vriesendorp las over een bietenboot met een brandende uitlaat en een kapot kompas. Ik dacht toen: ik wil weten hoe het zit met die boot. Daarbij komt dat ik sinds 1976 mede-eigenaar ben van een klipperaak "Martha-Maria" (1907), waarmee we met m'n gezin al jaren de Zeeuwse wateren en de Wadden bevaren. Dus belangstelling voor schepen is me niet helemaal vreemd.

Het verbaast me dat het tot 1977 heeft geduurd voordat Jaap Schot BWzn een notitie maakte bij het verslag van dr. Westhof, waarin hij voor het eerst de mosselkotter BRU 34 van de gebr. Van Kooten uit Bruinisse ter sprake bracht.



Een heel duidelijke foto van de BRU 34,
bij eb in de haven van Bruinisse.
Ze vaart en vist nu in de wateren van Zuid-Ierland in Dings Bay.
(Ik dank Wim Schot voor de fraaie foto's.)
.


Bij nader inzien is het ontbreken van aandacht voor de soort boot toch wel een beetje te begrijpen. De eerste publicaties waren vooral gericht op het verzamelen van materiaal dat van belang was voor de berechting van de oorlogsmisdadige Duitsers. Helaas is dat er nooit van gekomen.

Dit hoofdstuk begint met de boten die door de respectieve schrijvers in de verschillende hoofdstukken op deze site zijn genoemd. Daartoe beperk ik me. Ik zet ze even op een rij:



1. DE LANDINGSBOOT VAN FEY (aug. 1945)

De door mij geprezen G.M. Fey heeft het in augustus 1945 over 'een landingsboot'. Landingsboten waren militaire vaartuigen, waarmee mariniers aan land konden worden gezet. We kennen die landingsboten uit de invasie op de Normandische stranden. Je hebt ze met en zonder klep, zoals blijkt uit de onderstaande foto's.

Fey schrijft:" Later dringen de droeve feiten door. Vanaf de landingsboot had men inderdaad de seinen aan de dijk gezien. Eensklaps verschijnt een licht boven de dijk, dat zich snel verwijdert. Men krijgt de indruk, dat iemand wegdraaft, steeds signalen gevend en men concludeert, dat er iets mis moet gaan aan de wal. De rood-wit seinen merkt men niet meer op. Waarschijnlijk is de boot uit de straal van de lichtkoker gedreven. Een patrouille gaat aan wal en sluipt langs een schildwacht heen in de richting Boerenweg. Er is niets meer te bespeuren en men keert terug, maar nauwelijks is men in de boot of de Duitse schildwacht schiet een lichtkogel af en op dat sein snellen de Duitsers toe, die de vluchtelingen overweldigen. Behalve Wisse en z'n vrouw gelukt het aan Herman de Leeuw, de twee Engelsen en De Glopper om dwars door het vuren te ontsnappen." (pag.57)




Hier hangt een landingsboot uit 1940-45 in de takels.
Het zijn platbodems, die op het strand kunnen schuiven.

.




Hier zie je hoe de mannen wachten op debarcatie.
Je ziet een stukje van de klep die naar voren openvalt.





2. DE BOOT VAN VERBURG (okt.1945)

De gemeente-secretaris van Zierikzee L.A. Verburg, houdt zich wijselijk op de vlakte. Hij spreekt zich niet uit over de soort boot waarmee de oversteek zou plaats vinden. Hij spreekt over 'de boot'. Heel verstandig als je het naadje van de kous niet kent.

"Even na 21.00 uur vertrokken de 17 mensen dan ook weer en zij beschouwden de onderneming wederom als mislukt. Tegen 21.30 uur arriveerden de geallieerden echter alsnog aan de zeedijk, maar de af te halen personen waren inmiddels verdwenen. De geallieerde patrouille is daarop weer naar de boot teruggekeerd en zowel heen als terug moesten ze voorbij een Duitse schildwacht sluipen. Bij het aan boord gaan heeft deze schildwacht waarschijnlijk de aanwezigheid van mensen geconstateerd en schoot een vuurpijl af, teneinde de andere Duitse militairen te alarmeren."


3. DE SNELBOOT VAN DE ENGELSE STOOTROEPEN UIT 'HET GROTE GEBOD' (1951)

Onmisbaar voor ieder die zich met het verzet 40-45 bezig houdt is Het Grote Gebod. Het verscheen in 1951 in twee kloeke delen met als ondertitel GEDENKBOEK VAN HET VERZET VAN LO EN LKP. Het is een standaardwerk met oa. bijna alle foto's en data van de omgekomen verzetsmensen. De redactie kreeg uit alle delen van het land verslagen aangeleverd van overvallen, bevrijdingen, executies, illegale pers enz, enz. Men had natuurlijk geen tijd om dat allemaal nauwkeurig te controleren op details. Het verslag in Het Grote Gebod geeft in grote lijnen een juist beeld, maar niet als het over de boot gaat.




Snelboten heb je in soorten en maten. Ook hele grote.
Dit exemplaar is bruikbaar in water met ondiepten,
zoals de Oosterschelde.





"Op een koude donkere avond, 7 December '44, gingen 16 mannen en één vrouw samen langs een eenzame dijk naar de Schelde en tuurden over het water. De spanning klom en het hart klopte al driftig de vrijheid, de VRIJHEID… tegemoet. Maar om half negen raasde een auto langs hen heen, bezet met Duitsers. Van zee uit kon men de auto zien rijden; de koplampen maakten een smalle lichtbaan in de duisternis. De auto draaide de dijk af en toen kon men van zee uit het rode achterlicht zien. De snelboot met Engelse stoottroepen, die hen bevrijden zou, keerde terug. Men dacht dat er verraad in het spel was en de mensen gevlucht waren…"
Het Grote Gebod




De Duitse S-Bote (Schnell Bote) waren berucht.
Deze werd ingezet op de Noordzee.





4. DE LANDINGSBOOT VAN WISSE (1969)

Ook Christiaan Wisse spreekt over een landingsboot. Hij doet dat 25 jaar na dato in een interview voor Accent door Lars Andersson.

Ik zou verwachten dat zeker iemand als Wisse die zelf bij de oversteek betrokken was, zich precieser had uitgedrukt. Nu wekt hij de suggestie dat het om een militair vaartuig zou gaan.

"Na de oorlog heb ik een Nederlandse officier gesproken die op de landingsboot had gezeten. Hij vertelde me dat op een gegeven ogenblik geen seinen meer van ons waren doorgekomen. Waarschijnlijk was de boot toen afgedreven. Een eind verderop zijn de Engelsen toch geland. Een kleine patrouille is beneden langs de dijk gelopen in de richting waar wij zaten. Die Nederlandse officier heeft op de plek waar de patrouille is omgekeerd en naar de boot is teruggegaan een piket in de grond geslagen. Na de oorlog ben ik er samen met hem naar gaan zoeken. De piket zat nog in de grond. Op de plaats waar wij hebben zitten seinen…"
Lars Andersson, Het verhaal van de tien gehangenen, weekblad Accent, 6 dec. 1969.





Dit soort landingsboten werd gebruikt bij de invasie in Normandië..





5. BOOT MET EEN AFDELING VAN DE ENGELSE STOOTTROEPEN (Zzsche Nieuwsbode 1988)

In een artikel door Marijke Vael: Renesse 10 december 1944, Zierikzeesche Nieuwsbode, 6 dec. 1988, specificeert ze de boot niet. In dit geval kan het dus de Mosselkotter BRU 34 geweest zijn, waarop een afdeling van de Engelse stoottroepen meevoer.

"Volgens de stukken ging het om Jan Andreas Verhoeff en Marcus Pieter M. van der Klooster uit Brouwershaven. Iman Marinus van der Bijl uit Zonnemaire, Cornelis Lazonder, Johannis Oudkerk en Adriaan Martijn Padmos uit Renesse, Willem Maarten Boot en Joost Pieter Jonker uit Haamstede, Leendert Marie Jonker uit Serooskerke en Menke Koos van der Beek uit Zierikzee. Verder zouden twee Engelse piloten, een Nederlander in Engelse dienst, een Armeense onder-officier/spion, de student M.J. de Glopper uit Ellemeet en Christaan Wisse en zijn echtgenote uit Brouwershaven met een boot worden opgehaald door een afdeling van de Engelse stoottroepen. De Engelsen zouden aan land komen aan de zeedijk ongeveer 300 meter van de Boerenweg nabij Zierikzee. Maar vanwege slechte weersomstandigheden kon de onderneming op 6 december niet doorgaan. De andere dag 7 december mislukte de onderneming opnieuw. Maar nu omdat de Engelsen in hun boot in verwarring werden gebracht door vreemde lichtsignalen."


6. DE ENGELSE PATROUILLEBOOT VAN MARIO JONKER (1994)

In de Volkskrant van december 1994 stond een aangrijpend interview met Mario Jonker. Hij werd geboren een maand nadat zijn vader Leendert Marie Jonker door de Duitsers werd vermoord. Mario heeft het over een Engelse patrouilleboot. Die heb je in verschillende soorten en maten. Je kunt ze beschouwen als een groot uitgevallen politieboot. Ze waren snel en wendbaar met een lichte bewapening.



Zo ziet een voormalige Engelse patrouilleboot eruit.


Mario zegt in het interview:
"Zo komt het dat begin december achter de zeedijk tussen Zierikzee en Haamstede zestien mannen en één vrouw liggen te wachten op een Engelse patrouilleboot die hen zal overzetten naar Walcheren. Leden van de ondergrondse uit Renesse die de toorn van de bezetter vrezen, een groepje dat de militaire gegevens in handen van de geallieerden wil spelen, twee ondergedoken Engelse piloten, een Armeense deserteur en een student die de Arbeitseinsatz wil ontlopen."
Hans Horsten, 'Over de gehangenen deed Renesse er het zwijgen toe', Volkskrant, 3 dec. 1994


7. DE BIETENBOOT VAN HUIB VRIESENDORP (2010)

Tenslotte het bietenbootverhaal van Huib Vriesendorp.

Eerst de passage uit zijn toespraak (zie de rechtermarge.)

"De telefooncontacten tussen het verzet en de geallieerden zijn nooit afgeluisterd; een telefoniste heeft de ophaalpoging niet verraden aan de Duitsers. De ophaalpoging mislukte door het klunzige gedrag van Engelse Commando's die met een bietenboot met een defect kompas in het donker vanuit Colijnsplaat naar Zierikzee voeren. Door een brand aan de uitlaat van de motor van het schip trokken zij de aandacht van de Duitse uitkijkpost in Zierikzee, die vervolgens een patrouille naar de dijk stuurde, die na een kort vuurgevecht 11 van de 17 wachtenden arresteerde."


Bietenboot klinkt mij wat denigrerend in de oren. Maar Willem van Kooten, de oudste zoon van Adrie van Kooten, een van de eigenaars van de mosselkotter BRU 34, vertelde me, dat zijn vader alle vrachten aanpakte, waaraan wat te verdienen was of dat bieten waren of hooi was, dat maakte hem niet uit. Uit het vervolg zal blijken dat Adrie van Kooten voor de situatie ter plekke de tweede keer Cornelis Schot meenam, de latere kapitein van de reddingboot Jan Lels uit Brughsluis.

Johannes Kik (geb.1925) uit Bruinisse vertelde me dat een beurtschipper uit Zierikzee in de stille avond begin december 1944 motorgeluid op het water hoorde vanuit Colijnsplaat en dat hij door het geluid wist: dat is de BRU 34!

Johannes kende Adrie en Willem van Kooten goed. Van hen hoorde hij dat Adrie met de Engelse rubberboten naar de wal gevaren was, terwijl Theun op de BRU 34 bleef. Toen ze onverrichterzake terugkeerden en de motor startten, vatte kort daarna het roet in de uitlaat vlam. Adrie van Kooten heeft toen over het achterdek gehangen met een natte zak om de vlam omzichtbaar te houden. Adrie had later gezegd: "Dat het me juist toen moest overkomen." Hiermee is mij duidelijk hoe het zat met die brandende uitlaat. Wat Huib schreef over de brandende uitlaat blijkt te kloppen in zoverre, dat er sprake was van brand.

Maar over het moment lopen de standpunten uiteen. Huib zegt: bij het aanvaren, waardoor de Duitsers gealarmeerd werden en een patrouille op pad stuurden die op de 17 verzetsmensen stuitte. Hij legt direct verband tussen de uitlaatbrand en de arrestatie van de verzetsstrijders. Daarover kun je van mening verschillen.

Johannes Kik weet heel zeker dat het bij het wegvaren gebeurde: "Ze haalden het anker op en startten de motor en even later kwam er een vlam uit de uitlaat aan de kont van het schip. Met een natte zak heeft Adrie die vlam proberen te blussen".

Ik kom na het verhaal van Johannes Kik tot de conclusie dat er geen verband kan bestaan tussen de vlam uit de uitlaat en de komst van een patrouille naar de dijk.

Van een defect kompas had Johannes Kik niets gehoord. Het was één rechte lijn van Colijnsplaat naar de Nonnetjesplaat.

Huib heeft het tenslotte over "het klunzige gedrag van Engelse commando's". Dit gaat mij veel te ver. Ze maakten gebruik van mensen die ter plekke bekend waren, zoals Cornelis Schot. Ze kozen voor een mosselkotter, die speciaal voor zeegaten als de Oosterschelde gebouwd was. Ik zie niet in wat daaraan 'klunzig' was.



Dat er altijd veel bieten werden vervoerd
over de Zeeuwse wateren
bewijst de jaarlijkse bietentocht
van Sint Annaland naar Bruinisse.
De BRU 34 vervoerde periodiek bieten
evenals hooi en stro en wat maar geld opleverde.


DE MOSSELKOTTER BRU 34 VAN DE GEBROEDERS ADRIE EN THEUN VAN KOOTEN


Nu ik in het bovenstaande alle soorten schepen op een rijtje heb gezet, die genoemd zijn voor de oversteek, overvalt mij de twijfel: wat is er dan wel allemaal waar in de verhalen die verteld zijn? Was er dan niemand die precies wilde weten wat voor boot werd gebruikt om de 17 verzetsmensen op te pikken?

In het Gemeentearchief van Schouwen en Duiveland te Zierikzee, trof ik een aantal aantekeningen van Jaap Schot BWzn uit 1977.



Hier heb je nog een foto van de BRU 34.
Als je op de link klikt, zie je alle scheepsgegevens:
Schip : BRU 34 - Wilhelmina
Lengte : 32.14 m, Breedte : 4.60 m, Holte : 1.62 m
Bouwjaar : 1906
Type : Kotters, Schelpenkotter

De BRU34 is een paar keer verlengd.
De oorspronkelijke lengte zal ook rond de 20 meter zijn geweest.
De BRU is verkocht naar Dingle Bay in Ierland.
Hij voer onder de naam Janneke Adriana.
Die naam zal overgeschilderd zijn.
BRU34 is nog duidelijk te lezen.



Bij het verslag van dr. Westhof schrijft Schot bij de zin: "dat de boot er geweest was doch niets had gezien!"
"Dit klopt: De mosselkotter BRU 34 van de Gebr.Van Kooten uit Bruinisse was onbekend in de wateren beneden Zierikzee, zeker zonder verlichting. Het schip is dan ook bijna verebt op de z.g. 'Nonnenplaat', een plaat welke vlak voor Kistersinlaag ligt, waar de jongens aan boord zouden komen. Door onbekendheid is hij toen teruggedraaid! Dit vertelde mij later de schipper van de BRU 34, Adrie van Kooten. Verstandiger had hij gedaan een ter plaatse bekende visser mee te nemen, bv. uit Zierikzee, alhoewel bijna allen geëvacueerd waren.

PS1 De familie Van Kooten was destijds met schip geëvacueerd naar N.Beveland (Kortgene) .

PS2 Een 2de poging is nog ondernomen met aan boord Cornelis Schot uit Tholen, maar deze heeft ook de jongens niet aan boord kunnen nemen, het schijnt echter wel dat er Engelsen aan de wal gezet zijn!"





Een mooie foto van Jaap Schot BWzn.

Hij is voor mij de bron van de oversteekboot:
de mosselkotter BRU 34.
Jaap Schot was getrouwd met Ina de Nooijer
dochter van het schoolhoofd uit Renesse,
die veel heeft gedaan om het monument
van de Tien van Renesse tot stand te brengen.
Dat Jaap Schot zich interesseerde voor de boot,
heeft natuurlijk te maken met zijn beroep als mosselvisser,
maar ook met zijn familieband met de De Nooijers uit Renesse.
Jaap was zelf mosselvisser op de ZZ8.
Ik dank Wim Schot voor de foto van z'n vader.



CONCLUSIES UIT DE AANTEKENING VAN JAAP SCHOT BWzn (1977)

1. Uit het verhaal van Jaap Schot kunnen we allereerst concluderen dat de oversteek van 17 mensen naar het bevrijde Noord-Beveland niet zou plaats vinden met een landingsboot of een Engelse patrouilleboot, maar met de mosselkotter BRU 34 van de gebroeders Adrie en Theun van Kooten uit Bruinisse.



Een andere mosselkotter.
Dit is de Wilhelmina ZZ 8.
Hierop voer B.W. Schot en later zijn zoon Jaap,
die mij van belangrijke informatie voorzag over de boot
waarmee de oversteek zou plaats moeten vinden.
Ook Wim heeft er nog met z'n vader op gevaren.

Hij schreef me: leuk dat je de ZZ8 op je site hebt gezet,
waar ik nog op gevaren heb met mijn vader.
Deze was weer bekend door de watersnoodramp 1953,
hij zocht als eerste contact met de buitenwereld,
omdat niemand die storm durfde te trotseren.
.


Dit soort schepen kon met de neus, die ondiep steekt, tegen een plaat liggen. Ze zijn erop gebouwd te varen op de Wadden en de Zeeuwse wateren met hun geulen en platen.
Zo'n kotter was zeker geschikt om de 17 mensen op te pikken bij Zierikzee.

2. Tweede conclusie: beide pogingen om de 17 op te pikken hebben plaats gevonden met het één en dezelfde boot, de mosselkotter BRU 34. Was dat niet het geval geweest, dan had er inderdaad bij één van de pogingen sprake kunnen zijn van een landingsboot, een Engelse snelboot of patrouille boot. Jaap Schot schreef in een PS, dat Cornelis Schot uit Tholen bij de tweede poging met de BRU 34 aanwezig was.

Het is mogelijk dat Cornelis Schot de tweede keer meevoer, omdat hij ter plekke heel goed bekend was. Let wel: het was pikkedonker en je liep zomaar vast. Bij ebstroom duurde het vele uren voor je weer vlot was.


Dat Cornelis Schot een kanjer in kennis van de Oosterschelde was blijkt wel uit het feit dat hij 18 jaar lang kapitein is geweest van de reddingsboot van Burghsluis, de Jan Lels.



Van het Redding- en Veerdienstmuseum Jan Lels te Hoek van Holland,
kreeg ik over Cornelis Schot de volgende informatie:

"Cornelis Schot was van 01-01-1965 tot 01-01-1983 schipper van de Jan Lels.
De Jan Lels is in 1985 naar Hoek van Holland gekomen."

Met dank aan Coos Wernsing.


Het is aannemelijk dat Jaap Schot en Cornelis op een of andere manier familie van elkaar zijn. Beiden waren afkomstig uit Tholen. De tak van Jaap Schot BWzn verhuisde naar Zierikzee.

Wim Jaapzn schrijft me: "Mijn vader had een neef Kees (Cornelis) in Tholen, die de Oosterschelde zeer goed kende, omdat hij garnalenvisser was, en is later kapitein geworden op de reddingsboot Jan Lels van de KNRM".


CONTACT MET WILLEM VAN KOOTEN, OUDSTE ZOON VAN ADRIE VAN KOOTEN VAN DE BRU 34

Ik sprak met Willem van Kooten, de oudste zoon van Adrie van Kooten van de mosselkotter BRU 34. Hij vertelde dat zijn vader sober was in zijn mededelingen over de oorlog. Hij antwoordde vaak op vragen: "Achter je ben je geweest." Zijn vader was heel goed bekend met alle geulen, platen en prielen, stromingen en diepten op de Oosterschelde. Hij zat altijd met z'n neus in vaar- en stroomkaarten. Hij hield in een schrift alle getijden, weerberichten, windrichtingen, diepten bij: kortom alles wat maar van belang is voor een goeie navigatie. Willem gebruikte voor het vakmanschap van z'n vader het fraaie woord: 'gekneist'. Zijn vader was zo gekneist op het water dat bij mist alle anderen achter hem aan voeren in blind vertrouwen op zijn kennis van de geulen.

Het is de vraag of de opmerking van Jaap Schot uit 1977 hiermee weersproken is, nl "door onbekendheid is hij toen teruggedraaid".

Bart Schot, rustend mosselvisser uit Zierikzee vertelde me, dat de mosselperselen bij Zierikzee bevaren werden door vissers uit Zierikzee en een enkele uit Yerseke. Dit doet niets af aan het vakmanschap van Adrie van Kooten, wanneer hij minder bekend was bij de Nonnenplaat en Kistersinlaag. De mosselvissers uit Bruinisse visten vooral daar in de buurt. Mijn conclusie is dat de aantekening van Jaap Schot niet ver van de waarheid zal liggen.

Willem schreef me op m'n vraag of de broer van vader Adrie ook aan boord was: "Het is correct dat mijn vader z'n broer Theun ook deelgenoot was van de operatie. De boot lag op de Oosterschelde, kreeg ik ook bevestigd van mijn moeder en het laatste deel van de overtocht hebben ze met een roeiboot gemaakt. Vlak onder wal hoorden ze 'vreemde' geluiden waarop de broers besloten de laatste meters naar de wal niet te overbruggen. Ze zijn toen teruggekeerd naar de BRU 34 / Beveland."

Je kon in verband met motorlawaai niet te dicht met de boot aan de wal komen. Ze hadden de roeidollen van de roeiboot ingewikkeld in lappen om zo geruisloos de kust de kunnen naderen, vertelde Willem.

.




Toen ik nog geen foto van de BRU 34 had,
gebruikte ik deze foto om een indruk te geven
van een soortgelijke mosselkotter.
Deze mosselkotter is gebouwd in 1926
bij scheepswerf Amels in Makkum.




Dit is dezelfde mosselkotter (19 m lang, 4,20 m breed, 1,20m diep)
die van 1926 tot 1960 actief was als mosselkotter
onder het visserij nummer WR 139 en BRU 21.
Vanaf 1969 is het schip in gebruik als pleziervaartuig
en eigendom van Paul en Geeske van Hoeve.
Ik dank Paul van Hoeve voor de foto's.
De boeiende geschiedenis van deze mosselkotter
kun je lezen op Kaat Mossel
.


HOE ZIT HET MET HET TIJ OP 6 DECEMBER 1944?

Ik was benieuwd hoe het zit met het tij op die 6de december 1944? Het maakt veel uit of het hoog of laag water is. Bij laag water in diepe duisternis zit je daar zomaar vast op een plaat of bank.

Ik heb me voor informatie gewend tot Rijkswaterstaat met de volgende vraag:

"Kunt u mij een getijdentafel geven van 6 december 1944 van Zierikzee? Toen vond een eerste poging plaats om verzetsmensen van Schouwen over te zetten naar het bevrijde Noord-Beveland. Zie www.janverhoeff.nl
Met vriendelijke groet,

Gert Slings"


De reactie van Rijkswaterstaat.

"De publicatie van de Getijtafels van Nederland is van 1941 t/m 1945 door de bezetter verhinderd. Als de strijdende partijen gebruik hebben gemaakt van enigerlei vorm van getijvoorspellingen, is moeilijk te achterhalen wat die waren. Maar vermoedelijk zijn voor uw doel de opgetreden waterstanden bruikbaar, en die zijn wel beschikbaar:

Zierikzee 6 december 1944
00:52 uur MET laagwater NAP -99 cm
07:31 uur MET hoogwater NAP + 146 cm
13:26 uur MET laagwater NAP -148 cm
20:03 uur MET hoogwater NAP + 151 cm

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
Namens Jitske Bilijam

Afdelingshoofd Landelijke Informatielijn Rijkswaterstaat"


OM 20.00 UUR OP 6 DECEMBER 1944 WAS HET HOOGWATER BIJ ZIERIKZEE

De poging om drie geallieerde militairen + een aantal verzetsmensen over te zetten naar bevrijd gebied heeft alles te maken met het bevel van de Duitsers van 3 december 1944 dat alle mannen van 18-40 jaar zich moesten melden voor Arbeitseinsatz in Duitsland. De hulp aan de ondergedoken militairen liep daardoor gevaar. Het was Christiaan Wisse (zie hoofdstuk s.) die voorstelde de geallieerden te vragen hun collega's van Schouwen Duiveland op te halen met een boot. De politiemensen Menke van der Beek en Christiaan Wisse zouden de drie naar de dijk brengen. Minkema bracht het verzoek over via de geheime telefoonlijn van de PZEM. Het antwoord was positief: we komen ze halen, maar komen julie politiemannen dan mee met de drie militairen. Ja, toen die mogelijkheid door de geallieerden werd geopperd, volgde automatisch de vraag: kunnen er nog meer verzetsmensen mee. Ook die vraag werd bevestigend beantwoord. Totaal zouden 17 mensen mee gaan. De eerste poging was op 6 december 1944. Het kwam heel goed uit dat het om 20.00 uur hoog water was: de kans op vast te lopen was gering. Wel begon om 20.30 de ebstroom te lopen. En die is daar verraderlijk.

De tweede poging op 7 december was weer om 20.00 uur: opnieuw bij hoog water.
Het is goed dit te weten. Ik denk dat de pogingen bij laag water in pikkedonker geen enkele kans hadden gehad, gezien de vele ondiepten aldaar.


LESSEN UIT HET VERHAAL OVER DE MOSSELKOTTER BRU 34


Het wordt tijd als afsluiting van dit hoofstuk, waarin een aantal misvattingen is rechtgezet, tot een afronding te komen.

1. De 17 verzetsmensen zouden opgehaald worden met de mosselkotter BRU 34 van de gebroeders Adrie en Theun van Kooten uit Bruinisse, aldus de aantekeningen van Jaap Schot BWzn uit 1977.

2. Aan boord bevonden zich Engelse commando's met rubberboten.

3. De eerste poging op 6 december 1944 mislukte door het slechte weer (harde wind en ijskoude decemberregen), en door het afdrijven van de kotter door de net begonnen sterke ebstroom.

4. Bij de tweede poging op 7 december 1944 werd Cornelis Schot meegevraagd om zijn kennis ter plaatse. (Hij zou 18 jaar kapitein zijn van de reddingsboot Jan Lels van Burghsluis).

5. Bij deze poging zijn twee rubberboten met Engelse commando's aan land gegaan vergezeld door Adrie van Kooten. Z'n broer Theun bleef aan boord.

6. Door de koplampen en de rode remlichten van een Duitse auto op de dijk concludeerde men aan boord dat het ophalen afgeblazen was.

7. Bij het terugvaren naar Colijnsplaat vatte roet in de uitlaat op de kont van het schip vlam, waarover Adrie van Kooten een natte zak hing.

8. Er kan geen verband bestaan tussen het alarmeren van de Duitsers door die roetvlam, want ze waren al gealarmeerd en raakten enkele ogenblikken later in gevecht met de 17.





VIER KRANTENARTIKELEN ZIERIKZEESCHE NIEUWSBODE 1969


INLEIDING


Toen ik dit hoofdstuk afgerond had ontdekte ik 4 artikelen uit 1969, waarin verslag wordt gedaan van de poging om de verzetsmensen van Schouwen over te zetten naar het bevrijde Noord-Beveland. Ik weet niet wie de auteur is. De artikelen geven details die ik nog niet kende. De artikelen verschenen in de Zierikzeesche Nieuwsbode van december 1969. Let wel 25 jaar na dato. Dus je kunt het moeilijk een actueel getuigenis noemen. Ze zijn echter boeiend genoeg om in dit hoofdstuk op te nemen. Als ik ze goed lees, kan ik wel stellen dat Huib Vriesendorp zijn verhaal over de bietenboot grotendeels aan deze artikelen ontleent.



Het voorspel van de tragedie met de tien verzetsstrijders, deel 1 (11-12-1969)









Het voorspel van de tragedie met de tien verzetsstrijders, deel 2 (12-12-1969)









Het voorspel van de tragedie met de tien verzetsstrijders, deel 3 (15-12-1969)









De tragedie met de tien verzetsstrijders, deel 4 (16-12-1969