DORPSBODE SCHIERMONNIKOOG, 15 MEI 2007

Dichtbij de vrijheid, maar toch nog gepakt


Arend J. Maris








Het jeugdige portret van Menke Koos van der Beek


INLEIDING

Toen ik m'm website over Jan Verhoeff klaar had, stuurde ik daarover een mailtje naar Joke Scheepstra. Zij is de dochter van Liepke Scheepstra. Hij was een van de landelijke leiders van het gewapende verzet. Met haar heb ik geregeld contact gehad over m'n website over Johannes ter Horst.

Ze schreef me:
"Ik sta stom verbaasd, want opnieuw kruisen zich onze wegen ....

Vier jaar geleden heb ik mij intensief beziggehouden met de geschiedenis van de tien van Renesse.
Toen stond bij de dodenherdenking op 4 mei op Schiermonnikoog de persoon van Menke van der Beek centraal.
Menke was indertijd bevriend met mijn vader, ze waren klasgenootjes op de lagere school op Schiermonnikoog en kwamen elkaar later telkens weer tegen, tot in het verzet toe.
Zie de bijlage: het verhaal over Menke zoals dat door twee schoolkinderen werd voorgelezen op 4 mei 2007, en naderhand werd gepubliceerd in de Schiermonnikoger Dorpsbode."


Hieronder vind je dus het artikel in de Dorpsbode van Schiermonnikoog. Ik plaats daar een paar foto's die Joke me stuurde.

Ik vind het waardevol dat Menke van der Beek nu wat meer aandacht krijgt. Hij was de leider in veld, om zo te zeggen. Het boekje van L.A.Verburg (hoofdstuk 7) is aan hem opgedragen.





De oude kerk van Schiermonnikoog. In de muur zie je de gedenksteen.









De onderste naam is die van Menke.




DORPSBODE SCHIERMONNIKOOG, 15 MEI 2007

Dichtbij de vrijheid, maar toch nog gepakt


Arend J. Maris

Tijdens de 4 mei-herdenking van 2007 in de Got Tjark stond de oud-eilander en verzetsman Menke van der Beek centraal.

Menke K. van der Beek werd geboren in nov. 1918 en door de Duitse bezetter ter dood gebracht op 10 dec. 1944. Hij gaf leiding vaan het verzet op Schouwen-Duiveland. Zijn levensverhaal werd voorgelezen Femke van Bon en Jan Tjerk Dijkstra.

Menke Koos van der Beek is op 23 november 1918 in Baarlo geboren. Dat ligt iets ten zuiden van Venlo, vlakbij de Duitse grens. Beide ouders zijn Groningers, hij komt uit Ten Boer en zij uit het nabijgelegen Bedum. De vader van Menke werkt bij de Belastingdienst, op de Afdeling Invoerrechten & Accijnzen, en voert in de grensstreek douanetaken uit. Hun tweede zoon, Koos Menke, komt in 1921.

Even later wordt zijn vader overgeplaatst naar Siddeburen. Daar krijgen zijn ouders nog twee dochters.

Wanneer Menke tien jaar is, volgt een overplaatsing naar Schiermonnikoog. Hun tweede zoon Koos heeft astma en dat is dan ook een belangrijke reden om naar het eiland te gaan. In mei 1929 heeft de verhuizing plaats. Naast de kerk, aan de Nieuwestreek, komen ze te wonen. Menke en zijn jongere broer gaan naar de Badwegschool. Menke komt bij meester Brakel in de klas. Een van de jongens in de klas, heet Liepke Scheepstra. Zijn vader is op het eiland jachtopziener van de graaf. De beide jongens trekken veel met elkaar op.

Het wordt een vriendschap voor de rest van hun leven.

Niet lang blijven zijn ouders op Schiermonnikoog. Binnen twee jaar verhuizen ze naar Stavoren en een jaar later naar Amersfoort. Menke gaat naar de ambachtschool en haalt zijn diploma. Het liefst wil hij treinmachinist worden. Maar, hij moet eerst in militaire dienst. Na zijn diensttijd blijkt hij van beroepskeuze te zijn veranderd. Het is inmiddels 1938. Hij volgt een opleiding bij de politietroepen in Nieuwersluis. En wie treft hij daar? Zijn vriend Liepke Scheepstra die ook voor deze opleiding heeft gekozen.

Opnieuw dreigt een wereldoorlog uit te breken. Uit voorzorg roept Nederland zijn weerbare mannen op. Zo moeten Menke en Liepke belangrijke gebouwen en installaties langs de IJssel bewaken. Op 14 mei 1940 is de Duitse bezetting een feit en hun bewakingsdienst overbodig. De beide vrienden maken nu eerst hun politieopleiding in Hilversum af. Menke komt daarna bij de marechaussee in de omgeving van Sneek, en Liepke in Odoorn bij de Rijkspolitie. Tijdens zijn verblijf in Friesland leert Menke Rins Jelsma kennen.

Na enige tijd wordt Menke op zijn ogen afgekeurd en kan hij niet langer bij de marechaussee blijven werken. Hij solliciteert bij de politie te IJlst en te Zierikzee.






Deze foto van Menke staat in Het Grote Gebod.




Het wordt Zierikzee, op het Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland. Op 1 augustus 1941 komt hij daar in dienst bij de gemeentepolitie. Menke en Rins vieren eind 1942 hun verloving en op 21 oktober 1943 trouwen ze.

Bij de politie krijgt Menke met mensen te maken die zich tegen de Duitse bezettingsmacht verzetten. Hij blijft gewoon zijn functie als politieagent uitoefenen, maar gelijktijdig sluit hij zich bij een verzetsgroep aan die gedetailleerde gegevens over locaties en activiteiten van de Duitsers op het eiland verzamelt en aan geallieerde legereenheden doorgeeft. Het centrum van deze activiteiten is Zierikzee met afdelingen elders op het eiland. Menke wordt hun leider. Het is niet alleen informatie die Menke doorspeelt. Tenminste twee keer is hij met zijn verloofde Rins en een tas met wapens met de trein naar Rotterdam en Amersfoort gereisd. Hij logeert dan bij zijn ouders en daar worden ook de wapens aan zijn vriend Liepke Scheepstra overgedragen. Deze gebruikt de wapens bijvoorbeeld voor overvallen op distributiekantoren.

Om te voorkomen dat geallieerde legereenheden op Schouwen-Duiveland landen, besluit de bezetter in het vroege voorjaar van 1944 grote delen van dit eiland onder water te zetten. Het merendeel van de bevolking moet naar elders verhuizen. In oktober 1944 bevrijden Engelse en Canadese legereenheden de Zeeuwse eilanden Noord-Beveland en Sint-Philipsland. De oversteek naar Schouwen- Duiveland laat echter nog op zich wachten. Het eiland heeft namelijk een bezetting van zo'n 900 soldaten waaronder 300 ArmeniŽrs die als krijgsgevangenen in het Duitse leger dienst doen. Bovendien heeft de kop van Schouwen met het vliegveld Haamstede een sterke verdedigingslinie met bunkers, versperringen en mijnenvelden.

Begin december 1944 moeten alle nog op het eiland aanwezige mannen tussen 17- 40 jaar zich melden en krijgen gemeentehuizen op het eiland opdracht hun lijsten met persoonsgegevens in te leveren. Bijtijds laat het verzet deze gegevens uit het gemeentehuis van Renesse verdwijnen en ook op het gemeentehuis van Zierikzee is deze lijst ineens spoorloos. De Duitsers zijn daar woedend over. Zie onderaan 1)

De districtleider van de Procinciale Zeeuwse Electriciteits Maatschappij (PZEM) is ook bij het verzetswerk betrokken. Hij neemt op zondag 3 december contact op met de bevrijders op Sint-Philipsland. Hij doet dat via een telefoonlijn die voor de Duitsers tot dusver geheim is gehouden. Om de bevrijding van Schouwen-Duiveland te bespoedigen, vraagt hij om snel een aantal verzetsmensen op te komen halen. Ze lopen gevaar en nemen voor de geallieerden waardevolle informatie mee, zoals kaarten waarop bunkers en geschutsopstellingen zijn aangegeven. Over plaats, tijd en te gebruiken signalen wordt een afspraak gemaakt. Een landingsvaartuig zal de groep tussen 19.00 en 20.00 uur onder de kust komen ophalen.

Op woensdagavond 6 december vertrekken uit Zierikzee 17 mensen in kleine groepjes. Ze lopen naar de zeedijk langs de Oosterschelde. Menke heeft de leiding. De groep bestaat uit twee Engelse militairen, een Nederlandse commando, een gedeserteerde ArmeniŽr, een student en 12 verzetsmensen. Wat er ook verschijnt, geen vaartuig. Dit blijkt er wel te zijn geweest, maar de bemanning heeft geen lichtsignalen op de afgesproken plek gezien. Het vaartuig is daarom naar Sint-Philipsland teruggekeerd.

Voor de avond daarop wordt een nieuwe afspraak gemaakt. Terwijl de groep aan de kust op een signaal wacht, rijdt een auto met Duitsers voorbij. De bemanning van het landingsvaartuig denkt dat de rode achterlichten een alarmsignaal zijn. Het schip blijft dan ook op veilige afstand van de wal liggen en komt pas later aan de dijk. De wachtenden hebben zich inmiddels opgedeeld en zijn in kleine formaties naar Zierikzee teruggekeerd. Twee leden van de groep die vooruit zijn gegaan, lopen plotseling tegen een Duitse patrouille op. Ze ontkomen met een goede smoes, maar even later wordt er geschoten.

De twee Engelsen, de commando en de student ontsnappen. De overige 11 leden worden gearresteerd. Een van hen, een gemeentesecretaris, blijkt zwaar gewond en belandt onder strenge bewaking in het ziekenhuis van Zierikzee. De overige tien leden worden die nacht langdurig verhoord en zwaar mishandeld. Ze laten niets los. De volgende morgen gaan de gevangenen per boot vanuit Brouwershaven naar Ouddorp, op Goeree-Overflakkee. En vandaar met een vrachtauto naar Middelharnis.

Aan boord wordt de groep gevangenen opnieuw flink toegetakeld. Ze volharden echter in hun zwijgen. De ArmeniŽr ziet kans overboord te springen, maar verdrinkt. Bij aankomst in Middelharnis volgt nogmaals een langdurig verhoor.

In de nacht van 8 op 9 december worden ze voor een snel samengestelde krijgsraad gebracht. De aanklacht luidt dat ze probeerden te vluchten en samenwerking zochten met de vijand om samen de Duitse Wehrmacht te bestrijden. De krijgsraad spreekt over de gevangenen het doodvonnis uit. Dat zal door middel van de strop worden uitgevoerd. De Duitse generaal Christiansen bekrachtigt deze doodvonnissen per telefoon.

Per boot volgt op zaterdagavond 9 december de terugreis naar Brouwershaven. De gevangenen overnachten in een bunker te Haamstede.

Op zondagmorgen 10 december wordt de plaatselijke predikant uit de kerkdienst gehaald. Hij krijgt de gelegenheid de veroordeelden geestelijke bijstand te verlenen. Eerst probeert hij nog de Duitse commandant op andere gedachten te brengen. Deze zegt echter dat hij de bevelen moet uitvoeren. De predikant gaat de bunker in waarin Menke met zijn mensen zijn ondergebracht. Bij het licht van een olielampje leest hij de psalmen 23 en 91, spreekt een gebed uit en samen zingen ze tenslotte "Een vaste burcht is onze God".

Daarna worden de gevangenen per huifkar naar de Slotlaan van Slot Moerland te Renesse vervoerd. Bij het toegangshek is tussen twee bomen een dwarsbalk aangebracht.

Daaraan bungelen al negen stroppen. Familieleden en mensen uit elke plaats op het eiland worden gedwongen de executie bij te wonen. Ook de zwaargewonde gemeentesecretaris moet van zijn brancard de executie aanzien. De negen mannen worden opgehangen. Nadat ook de zwaargewonde die nacht overlijdt wordt ook zijn lichaam de volgende dag bij de anderen gevoegd. Als afschrikwekkend voorbeeld blijven de tien lichamen twee volle dagen hangen. Pas dan mogen de lichamen worden geborgen en krijgen ze een massagraf op het kerkhof van Renesse. Menke is 26 jaar oud geworden.

Later wordt er bij dit graf een monument geplaatst. Het toont een Zeeuwse vrouw met een Schouwse kap die een van de slachtoffers in haar armen draagt. Als herinnering wordt op de plek bij het toegangshek van de oprijlaan een zwerfkei geplaatst. In februari 1983 reikt Prins Bernard op het stadhuis van Zierikzee aan de weduwe van Menke het verzetsherdenkingskruis uit. Bovendien staat zijn naam op een gedenksteen in de gevel van het politiebureau te Zierikzee en op een steen in de muur van de dorpskerk te Schiermonnikoog.

Met dank aan R.Breetvelt - Jelsma, Tj. Jongsma, G.Prinsen-Van der Beek, L. Scheepstra, G. de Vries- Van der Beek en met name ook S.E. Scheepstra voor haar aanvullende informatie en kritische commentaar op eindversies van dit verhaal. Femke van Bon en Jan Tjerk Dijkstra hebben deze versie van het verhaal voorgedragen tijdens de Dodenherdenking op 4 mei j.l. in de Got Tjark te Schiermonnikoog.


1) Over dat spoorloos zijn van het bevolkingsregister kreeg ik een aanvulling van Huib Vriesendorp: "Het bevolkingsregister van Zierikzee was niet onvindbaar in Dec '44. Het was door Burg. Boeye en gemeentesecretaris Verburgh meegenomen naar hun evacuatieadres op Kloetinghe- Zuid Beveland. De westelijke hoge en droge driehoek van Schouwen had nog maar 1 burgemeester- Boot, een NSBer, die van Citters (Burgh), Roell (Haamstede) en Scholder (Renesse) verving. De laatste drie waren beoordeeld als anti-Duits door de Duitse bezetter en uit hun ambt verwijderd. Hierdoor bevatte de gemeentesecretarie veel meer bevolkingsregisters dan alleen van Renesse. Het bevolkingsregister van Brouwershaven kwam wel in Duitse handen."





De Got Tjark te Schiermonnikoog.





UITLEIDING

Menke van der Beek was een veelzijdig verzetsman. Hij hield zich vanuit Zierikzee ondermeer bezig met het uitgeven van een illegale krant "De VRIJE STEMMEN". Op 7 november 1944 maakte hij een Vrijheidsnummer van 1000 exemplaren in de kleuren rood, wit blauw en oranje. Het duurde echter tot mei 1945 voor Schouwen en Duiveland werd bevrijd. Een maand na het stencilen van het Vrijheidsnummer werd Menke opgehangen met negen anderen.
Ik heb dit nummer besproken in een apart hoofdstuk Bevrnr Vrije Stemmen (hoofdstuk a).


Een ontroerend document is de afscheidsbrief die Menke van der Beek schreef aan zijn geliefde. Het is bijna te teer om te publiceren. Toch doe ik het, omdat het goed is voor een volledig beeld. De afscheidsbrief verscheen na de oorlog in 1945 in de Zierikzeesche Nieuwsbode. De leider van de Tien van Renesse, politieagent Menke van der Beek, schreef aan zijn vrouw Renny, vlak voordat hij opgehangen werd:

"Lieveling,
Deze laatste woorden van je man komen uit een bunker te Haamstede. Nog slechts enkele minuten, Renny, scheiden mij van de dood.
Vergeef mij al mijn schulden, lieveling.
God heeft mij ze ook vergeven, en ik reken op Zijn genade, opdat ik opgenomen word in zijn volledige heerlijkheid.
Wat was onze tijd anders gelukkig, Renneke, als wij nu in deze stonden onze gedachten laten teruggaan tot wat voorbij is gegaan.
O Rins, vergeef mij alles lieveling. Ik ben veel tekort geschoten, toch was het leven zoo zoet voor ons beidjes.
We zouden pas nog met ons geluk beginnen, en nu is het einde er al.
O God, neem mij op in Uw heerlijkheid en neem mijn vrouw in Uw hoge bescherming."