RENESSE, 10 DECEMBER 1944

'Wie zal beschrijven wat er in ons op dat moment is omgegaan'





Foto van Christiaan Wisse met zijn vrouw Femia.
Christiaan heeft zijn dochtertje Sophie op de arm.
De foto is uit 1958.

Christiaan Wisse en zijn echtgenote ontsnapten ternauwernood aan de dood.
De schrijfster van het onderstaande artikel, Marijke Vael,
ontleent veel aan het proces-verbaal van politieman Wisse uit 1945.
Hij was net als Jan Verhoeff woonachtig in Brouwershaven.



INLEIDING

Wanneer je de artikelen op deze website uit de verschillende jaren 1969, 1988 en 1994 naast elkaar legt, zie je dat in elk uit een ander vaatje wordt getapt. Marijke Vael van de Zierikzeesche Nieuwsbode citeert nauwgezet (zelfs in de spelling uit 1945: Duitschers enz) uit het proces-verbaal dat Christiaan Wisse vlak na de oorlog heeft opgesteld. Een van zijn doelstellingen was om een dossier te hebben, wanneer het tot berechting van de misdadigers zou komen. Wat iedereen hoopte en misschien verwachtte, maar wat er nooit van is gekomen, voorzover ik weet.

Mij trof uiteraard de passage, waarin Hendrik Verhoeff, de vader van Jan, aan het woord komt. Het blijkt dat hij na de dood van zijn enige zoon en opvolger, zijn moed niet in de schoenen heeft laten zakken. Hij uitte zich strijdbaar en onvervaard.

Opvallend detail is het stukje over Klümpe, de hanger van Schouwen, zoals hij werd genoemd. In ander verband wordt deze luitenant geschetst als de boef der boeven. In dit artikel wordt een ander licht op hem geworpen. Of het de waarheid is, laat ik in het midden. Wie zal het zeggen?

Na lezing van het Proces-Verbaal van Christiaan Wisse, heb ik een andere mening over de verklaring omtrent Klümpe. Het is namelijk afkomstig van een hoge NSB'er, die opgesloten zat in een interneringskamp te Haamstede na de oorlog. Het spijt me, maar voor de verklaring van zo iemand geef ik geen cent. Het is door en door leugenachtig, en bedoeld om Klümpe schoon te wassen. Nu ik het integrale Proces-Verbaal van Wisse op deze site heb gezet, kunt u zelf oordelen. Zie de rechtermarge.

Ik vind wat Marijke Vael schreef op 6 december 1988 de moeite waard, omdat het weer een bepaalde kant van het drama laat zien: we kijken door de ogen van Christiaan Wisse, één van de meest betrokkenen. Hij was een plaatsgenoot van Jan Verhoeff. Die twee zullen als verzetsmensen veel met elkaar te maken hebben gehad.


RENESSE, 10 DECEMBER 1944

'Wie zal beschrijven wat er in ons op dat moment is omgegaan'

Renesse-Tien december . Voor veel jongeren in de regio waarschijnlijk een dag als alle andere. Maar voor mensen van 50 jaar en ouder een datum die elk jaar opnieuw herinneringen oproept aan een van de meest schokkende gebeurtenissen die ooit plaats vonden op Schouwen-Duiveland. Tien december 1944. De dag waarop bij de oprijlaan van slot Moermond te Renesse tien verzetsmensen door de Duitsers door ophanging om het leven werden gebracht. Een gebeurtenis die algemeen wordt gezien als een van de meest opvallende wandaden die de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog begingen. Een gebeurtenis die diepe sporen achterliet bij allen die erbij betrokken waren. 10 december is geen datum om ongemerkt voorbij te laten gaan. Ook de jongeren moeten kennis kunnen nemen van het drama dat zich 44 jaar geleden afspeelde in de oprijlaan van slot Moermond.

Sinds vorige jaar ligt daar op de oprijlaan een herdenkingskei. Als herinnering aan de slachtoffers en als getuigenis van de wandaad die daar in 1944 plaatsvond. Maar er zijn meer getuigenissen van deze wandaad. Papieren getuigenissen van mensen die het drama meemaakten. Zij werden op schrift gesteld in de vorm van processen-verbaal tegen de leden van de Duitse Wehrmacht die zich schuldig maakten aan de wandaad.

Dat gebeurde door Christiaan Wisse uit Brouwershaven, koninklijke marechaussee en opsporingsambtenaar. Hij was een van de mensen die door toevallige omstandigheden ontsnapte aan hetzelfde lot als de tien van Renesse.

In augustus 1945 stelde hij in opdracht van het hoofd der recherche een onderzoek in waarmee de misdaad via getuigenissen kon worden vastgesteld. In oktober 1945 was het proces-verbaal gereed. Het inmiddels 43 jaar oude stuk begint met een getuigenis van Wisse zelf. Een overzicht van de gebeurtenissen die vooraf gingen aan de wandaad van de Duitsers.

Volgens de stukken ging het om Jan Andreas Verhoeff en Marcus Pieter M. van der Klooster uit Brouwershaven. Iman Marinus van der Bijl uit Zonnemaire, Cornelis Lazonder, Johannis Oudkerk en Adriaan Martijn Padmos uit Renesse, Willem Maarten Boot en Joost Pieter Jonker uit Haamstede, Leendert Marie Jonker uit Serooskerke en Menke Koos van der Beek uit Zierikzee. Verder zouden twee Engelse piloten, een Nederlander in Engelse dienst, een Armeense onder-officier/spion, de student M.J. de Glopper uit Ellemeet en Christaan Wisse en zijn echtgenote uit Brouwershaven met een boot worden opgehaald door een afdeling van de Engelse stoottroepen. De Engelsen zouden aan land komen aan de zeedijk ongeveer 300 meter van de Boerenweg nabij Zierikzee. Maar vanwege slechte weersomstandigheden kon de onderneming op 6 december niet doorgaan. De andere dag 7 december mislukte de onderneming opnieuw. Maar nu omdat de Engelsen in hun boot in verwarring werden gebracht door vreemde lichtsignalen.

Christiaan Wisse in zijn getuigenis: "Te omstreeks 20.00 uur hebben wij de afgesproken lichtsignalen gegeven. Om 20.17 zagen wij dat er op het water vijf keer drie korte signalen werden teruggegeven. Om 20.30 uur kwam uit de richting Zierikzee een auto die in richting Haamstede reed en de plaats passeerde waar wij ons verdekt hadden opgesteld. In die auto zaten Duitsche officieren. Vanaf de zee konden ook de Engelsen die auto zien rijden aangezien de rijweg ter plaatse ongeveer 400 meter over den dijk loopt. Van 20.07 tot 21.00 uur, zijnde een tijdstip dat de boot volgens afspraak aan wal zou komen, hebben we geen lichtsignalen meer gezien."

Uit de verklaring van een Nederlandse officier (die als tolk aan boord was bij de Engelsen) is later gebleken dat men dacht dat de onderduikers waren gevlucht "om reden dat we plotseling een wit licht gevolgd door een rood licht zagen verdwijnen." Dit misverstand zou verstrekkende gevolgen hebben, zoals blijkt uit het verdere verloop van de gebeurtenissen. Na overleg in de woning onder aan de dijk, waarin de onderduikers samen waren gekomen, besloot een groep vluchtelingen daar uit veiligheidsoverwegingen nog even te blijven. De volgende ochtend vroeg zou men naar zijn plaats terugkeren.

In opdracht van politieagent M.K. van der Beek, die de leiding had van de vluchtpoging, liep Christiaan Wisse met zijn vrouw 100 meter vooruit om bij onraad lichtsignalen te geven ten behoeve van de groep die wel al huiswaarts wilde keren. Lopend in de richting van Zierikzee werd het echtpaar plotseling geconfronteerd met 7 à 8 Duitse soldaten die uit de slootkant te voorschijn sprongen en wilden weten waar we heengingen. "Ik antwoordde van Haamstede op weg te zijn naar Zierikzee en omreden ik een defect rijwiel had moest lopen. Met een electrische lantaarn lichtte ik op mijn achterband en maakte daarbij zoodanige bewegingen dat het licht door mijn kameraden gezien moest worden", aldus Wisse.

Wij werden door de groep omsingeld en een der soldaten vroeg mij of ik een lichtkogel aan de Flaauwers gezien had. Ons antwoord was niets van een lichtkogel af te weten en die ook niet gezien te hebben. Nadat ze ons ongeveer zeven minuten hadden opgehouden zeiden ze niets meer en vertrokken op hun rijwiel gezeten in de richting van de zeedijk naar de plaats waar mijn vrienden zich vermoedelijk schuil hielden. Mijn vaste overtuiging was dat mijn vrienden mijn lichtsignalen hadden gezien en dat was aan te nemen. Anders zouden zij in 7 minuten ons genaderd zijn. Wij liepen verder en toen wij ongeveer 300 à 400 meter waren verwijderd van de plaats waar de Duitsers ons hadden aangehouden hoorden wij dat er geschoten werd met pistolen en mitrailleurs. Ook hoorden we omstreeks 24.00 uur zware ontploffingen, van mening zijnde dat die Duitschers met handgranaten gooiden".

Een mening die helaas klopte. De Duitsers namen 10 mensen van de groep vluchtelingen gevangen waaronder C. Lazonder uit Renesse, die zwaar gewond was door de kogelschoten. Zij werden vastgehouden in het Wehrmachtsheim te Zierikzee. De Duitsers voegden daaraan alle politieagenen toe die zich die nacht bij de Duitsers meldden. Plus een willekeurig Zierikzees meisje als compensatie voor de echtgenote van Wisse die zij aan de zeedijk hadden gezien maar niet gevangen genomen.

Van Ouddorp werden de gevangenen naar Middelharnis vervoerd waar zij in de nacht van 8 op 9 december ter dood werden veroordeeld. Nadat ze per schip terug waren vervoerd naar Brouwershaven en vandaaruit per auto naar Haamstede werd het vonnis voltrokken. Wisse:"Op 10 december omstreeks 12.00 uur zijn ze in de Laan van het Slot Moermond in het openbaar opgehangen. Met de handen op de rug gebonden werden deze goede vaderlanders gehangen en de lijken moesten daar ten aanschouwen van het publiek blijven bengelen tot 11 december 1944 te 15.00 uur. Van elke gemeente moesten er 5 menschen den gruweldaad aanschouwen, waaronder ook den vader van J.Verhoeff en drie broers van de terechtgestelde J.P. en L.M. Jonker. Dat deze helden werden, was de Duitschers niet genoeg . De mof was het die ook ouders, vrouw en kinderen van de gehangenen verdreef uit hun woningen en hun huisraad verbeurd verklaarde."

In verband met de gruweldaad van de Duitsers heeft Christiaan Wisse na de oorlog in het kader van zijn onderzoek verschillende personen gehoord om een zo volledige mogelijk proces-verbaal tegen de Duitsers te kunnen opstellen. Hieronder volgen enkele citaten uit de verklaringen die diverse mensen daarbij aflegden.

De opperluitenant van de marechaussee te Zierikzee was een van de mensen die door de Duitsers gevangen werden genomen, als compensatie voor het feit dat een aantal vluchtelingen niet opgepakt kon worden. Hij moest zich verantwoorden voor het feit dat een politieman in uniform had deelgenomen aan de ontvluchting. "Luitenant Klümpe deelde mij mede dat hij zelf reeds tweemaal in Engelse gevangenschap was geraakt doch telkens wist te ontvluchten. Bij zijn laatste ontvluchting had hij 12 uur tot zijn hals in het water moeten staan. Met tranen in zijn oogen deelde hij mij mede dat de eiland-commandant Hauptmann Schütz hem had opgedragen het vonnis van de tien Nederlanders uit te voeren in Renesse. Volgens zijn eigen verklaring had hij zich niet met dit vonnis kunnen vereenigen. Toen ik van hem afscheid nam verzocht hij mij uitdrukkelijk om met niemand over dit onderhoud te spreken daar hij dan eveneens in moeilijkheden zou geraken."

Een van de opgepakte vluchtelingen was de zoon van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten-commandant te Brouwershaven. "Op vrijdag 8 december kwam er een boerenwagen de haven van Brouwershaven oprijden. Aan mijn eigen lichaam voelde ik dat mijn eigen jongen daarop gezeten was. Mijn vrouw, dochter en ik zijn de straat opgeloopen en hebben nog geroepen: dag Jan, dag Jan. Wij hoorden toen nog een flaauw roepen "Daag". De commandant werd door de Duitsers naar Renesse gehaald om getuige te zijn van de misdaad. "Daar zag ik mijn eigen kind hangen. Mijn eenigste zoon. Het was voor mij niet te geloven. Eerst had ik hen over het water zien wegvoeren en nu brachten ze mij voor zijn pas ontzielde lichaam. Ze hebben mij alles wat ik op aarde bezat en waar ik mijn hoop op gevestigd had van mij weggerukt. Maar ik ben verder gegaan aan het werk dat mij was opgedragen. Namelijk het de Duitschers zooveel mogelijk tegen te werken."

De toenmalige secretaris van de gemeente Haamstede kreeg van de Duitse luitenant Klümpe opdracht tien mensen uit Haamstede naar Renesse te halen. Naar later bleek om ook hen getuige te laten zijn van de gruweldaad. "Het was intusschen 10.30 geworden en ik deelde Klümpe mede dat ik niet kon zorgen dat al die menschen op tijd in Renesse aanwezig zouden zijn. Hierop ben ik uit den bunker vertrokken." De gemeentesecretaris was zelf één van de mensen die in een rij en bewaakt door door Duitse soldaten naar slot Moermond moesten marcheren om daar getuige te zijn van de misdaad.

"Bij de oprijlaan aangekomen moesten wij een poosje wachten. Allerlei veronderstellingen werden gemaakt. De een dacht dat we allen gefusilleerd zouden worden en een ander dacht aan een gijzeling. Een oogenblik daarna kwam er een huifkar bespannen met twee witte paarden hard de laan oprijden. Wij zonden niet zien wie zich op deze wagen bevonden, doch wij vermoeden dat zich hierop de 10 door de Duitschers gevangen personen bevonden. Verder zag ik ook dat op een draagbaar een persoon de Slotlaan werd ingedragen. Om 12.30 uur moesten wij opnieuw aantreden en marcheeren naar het begin van de slotlaan van Moermond. Hier zagen wij dat tusschen de aldaar staande bomen aan de rechterzijde van de oprijlaan dikke, ronde balken waren aangebracht, waaraan de lijken hingen. De ophanging had al plaats gehad. De handen van alle slachtoffers waren door middel van een touw op de rug gebonden."

Een van de andere mensen die, met zijn broers, verplicht getuige moesten zijn van de ophanging was een groente- en fruithandelaar uit Haamstede. Ook onder de slachtoffers bevonden zich twee van zijn broers. "Bedreigd met mitrailleurs moesten wij den gruweldaad aanschouwen. Wie zal beschrijven wat er in ons op dat moment is omgegaan."

Een 43-jarige timmerman uit Renesse was een van de mensen die de overledenen van de Duitsers moesten begraven: "Op maandagmiddag 11 december hebben wij de lijken van de stroppen ontdaan en naar het kerkhof in Renesse overgebracht. Schandaliger wijze hebben die Duitschers niet kunnen indenken dan een mensch ten aanschouwen van het publiek zo te dooden. Het touw waarmede zij de gruweldaad hebben gepleegd was ter dikte van een normaal kozijnkoord. De strop hadden ze aan de zijde van de hals gelegd. Hun eigendommen die ze bij zich droegen moesten met de lijken grafwaarts om reden de Duitschers er bij stonden. In een gemeenschappelijk graf, naast elkander zijn ze begraven op het kerkhof van Renesse".

De voorlopige graven werden gemarkeerd met houten kruisen, zoals blijkt uit een foto uit het Streekarchief Schouwen-Duiveland. De papieren getuigenissen, het proces-verbaal opgemaakt door marechaussee/opsporingsambtenaar Christiaan Wisse, is na een aantal jaren vrijgegeven voor publicatie.

De gegegens worden door de auteur G. van der Ham uit Amsterdam ook gebruikt voor een boek dat hij aan het schrijven is: Deel II Zeeland 1940-1945. Volgens Van der Ham hebben de processen-verbaal er niet toe geleid dat de Duitsers die indertijd verantwoordelijk waren voor de misdaad ook inderdaad zijn berecht. "Ze zijn indertijd aangemerkt als oorlogsmisdadigers. Maar mij zijn geen aanwijzigingen bekend dat ze ook inderdaad zijn berecht. In elk geval niet in Nederland. Ik denk dat de Duitsers niet meer te vinden waren. Na de oorlog doken ze onder in hun eigen land of vluchtten naar Zuid-Amerika." Het is daarom een taak van iedereen op Schouwen-Duiveland om ervoor te zorgen dat 10 december 1944 niet in de vergetelheid verdwijnt.