VERSLAG VAN DE OPHANGING

"Dikke ronde balken tussen de bomen"





Dit was de plaats waar ze werden opgehangen.


INLEIDING01

We willen op deze website zoveel mogelijk gebruik maken van ooggetuige-verslagen.

We hebben een ooggetuige-verslag van Christiaan Wisse en van de PZEM-beambte Hendrik Minkema in de hoofdstukken d. en e. En we beschikken over dat indrukwekkende verhaal van ds. Voorneveld in hoofdstuk 4.

Hieronder vindt u een artikel waarin Lieven Cornelis van der Velde, de gemeentesecretaris van Haamstede, zijn verslag doet als ooggetuige van de ophanging.
Het maakt deel uit van het proces-verbaal dat Christiaan Wisse als politie-ambtenaar heeft opgemaakt van de ophanging en de begrafenis. Dat proces-verbaal is een cruciaal document voor de hele geschiedenis van de Tien van Renesse. Er bestaan twee versies van. Zie rechtermarge.

Toen de tien mannen waren opgehangen, volgden nog een aantal maatregelen tegen de nabestaanden. Ook Hendrik Verhoeff en zijn gezin moesten hun huis uit. Gelukkig werden er geen panden in brand gestoken, hoewel het vonnis dat wel voorschreef.

Het verslag van ds.Voorneveld en het proces-verbaal van Wisse vormen de hoofdmoot van een herdenkingsartikel over het drama van Renesse in de Zierikzeesche Nieuwsbode van 8 december 1994 door Ton van den Nouweland.

Na het verslag van Van der Velde volgt een verklaring van Jaap Vriesendorp, eigenaar en bewoner van het slot Moermond. Het is getypt op een A4-tje aan beide zijden. Het bevindt zich in het Archief te Zierikzee. Het is van augustus 1945. Zijn ingehouden woede druipt er nog vanaf.

Tenslotte heb ik de getuigeverklaring door Cornelis Willem den Boer opgenomen. Het komt uit het tweede Proces-Verbaal door Christiaan Wisse.



VERSLAG VAN GEMEENTESECRETARIS LlEVEN CORNELIS VAN DER VELDE

Eén van de centrale figuren op 10 december 1944 was de gemeentesecretaris van Haamstede L.C. van der Velde.

Over hem rapporteert Christiaan Wisse in zijn proces-verbaal:

"Op zondagochtend 10 december omstreeks 10 uur kwam bij Van der Velde een Duits soldaat met de mededeling, dat hij zich onmiddellijk moest melden bij luitenant Klümpe in de bunker aan het eind van de Slotlaan. Daar werd hem een lijstje van tien namen overhandigd met de mededeling dat deze personen om 11.00 uur te Renesse moesten zijn, daar zij anders zouden worden opgehangen.

Op het lijstje kwamen de volgende namen voor: J.P.C.Boot, L.C.van der Velde, S.Geleijnse, M.den Boer, M.J.Jonker, C.J.Jonker, J.P.Jonker, M.W. van Landegent, W.Beije, allen wonende te Haamstede, en de heer B.Th.Boot uit Burgh. Na zijn vertrek uit de bunker zag de heer Van der Velden aan het eind van de Slotlaan de drie broers Jonker staan, zodat hij hen de boodschap direct kon meedelen.

De heer H.Verhoeff sr. te Brouwershaven kreeg met nog vier personen van de Duitser Schröder, ingedeeld bij de Grenspolitie, eveneens de mededeling dat zij om 11.00 uur in Renesse moesten zijn. Tijdig waren een twintigtal personen aanwezig."



Hieronder volgt nu een apart artikel met het verslag van de gemeentesecretaris Van der Velde.


Ophanging in de Slotlaan van kasteel Moermond, 1944


"Dikke ronde balken tussen de bomen"

Terwijl bijna geheel Zeeland sinds november 1944 al bevrijd was, bleef Schouwen-Duiveland bezet gebied. Een poging van zeventien mensen om begin december 1944 met een boot naar het bevrijde Noord-Beveland te varen mislukte en tien van hen vielen in Duitse handen, waarbij één zwaar gewond raakte. In de Slotlaan van het kasteel Moermond in Renesse werd 10 december 1944 de doodstraf voor negen van de tien mannen door ophanging uitgevoerd. De zwaargewonde man, die inmiddels aan zijn verwondingen was overleden werd de volgende dag alsnog opgehangen.

Behalve in kamp Vught is deze vorm van executie in Nederland tijdens de oorlog niet eerder toegepast. Van enkele omliggende plaatsen werden per gemeente vijf burgers, twintig in totaal, door de Duitsers gedwongen naar de gehangenen te kijken. Twee dagen lang hingen de lijken aan stroppen in de open lucht.

Een van de ooggetuigen was de veertigjarige secretaris van de gemeente Haamstede, Lieven Cornelis van der Velde. Vlak na de oorlog legde hij de volgende verklaring af:

"Om 11 uur moesten we ons verzamelen bij het gemeentehuis van Renesse. Om 12 uur moesten wij ons in een rij met drie personen naast elkander opstellen. Onder geleide van een groot aantal zwaar gewapende Duitse militairen marcheerden we naar de laan van het Slot Moermond te Renesse. Overal langs de weg lag een groot aantal Duitse militairen achter mitrailleurs, terwijl langs de gehele weg Duitse soldaten patrouilleerden met het geweer in de aanslag en met handgranaten bij zich. Bij de oprijlaan van het Slot Moermond aangekomen wachtten wij een poosje. Allerlei veronderstellingen werden gemaakt. De één dacht dat we allen gefusilleerd zouden worden, de ander dacht aan gijzeling enzovoorts.

Een ogenblik daarna kwam er een huifkar, bespannen met twee witte paarden, hard de laan oprijden. We konden niet zien wie zich op deze wagen bevonden, doch wij vermoedden, dat zich hierop de tien door de Duitsers gevangen personen bevonden. Verder zag ik ook dat op een draagbaar een persoon de Slotlaan werd ingedragen. Ik vermoedde, dat dit de heer Lazonder geweest is, die naar ik gehoord had, zwaar gewond gevangen genomen was.

Om 12.30 uur moesten wij opnieuw aantreden en marcheren naar het begin van de Slotlaan van Moermond. Hier zagen wij dat tussen de aldaar staande bomen aan de rechterzijde van de oprijlaan dikke ronde balken waren aangebracht, waaraan lijken hingen, die pas waren opgehangen. Ik weet niet meer precies of er negen of tien lijken hingen. De ophanging had pas plaats gehad, hetgeen ik zag aan de lijken. Verschillenden vertoonden nog stuiptrekkingen en de gezichten waren normaal. De handen van alle slachtoffers waren met een touw op de rug gebonden."



Tot zover het getuigenis van Lieven Cornelis van der Velde, dat overeenkomt met wat hij vertelt in een proces-verbaal dat op 1 oktober 1945 werd opgemaakt. De opsteller is niemand minder dan Christiaan Wisse uit Brouwershaven. Hij wist met zijn vrouw aan een arrestatie te ontkomen. Na de oorlog was hij opsporingsambtenaar bij de Koninklijke Marechaussee, ingedeeld bij de Politie Opsporingsdienst te Zierikzee. Dat proces-verbaal vervolgt:

"Door de districtscommandant Hauptmann Becker werd het vonnis van het Standgericht voorgelezen. In het vonnis stond, dat de tien mannen door middel van de strop ter dood zouden worden gebracht, omdat zij getracht hadden met de vijand in contact te komen en militaire gegegens in handen van de vijand wilden geven. Daarnaast zouden alle goederen van de veroordeelden verbeurd worden verklaard, terwijl hun huizen, wanneer die alleen stonden, moesten worden verbrand. Indien de huizen tussen andere gebouwen stonden, zodat verbranding niet mogelijk was, dan moesten deze woningen worden ontruimd en door de burgemeester aan te wijzen gezinnen worden bewoond.

Waar de heer Lazonder zwaar gewond was, zou hij worden opgehangen zodra hij weer enigszins hersteld was. De lijken moesten twee keer 24 uur, ten aanschouwen van het publiek blijven hangen en mochten daarna worden begraven.

Hauptman Becker deelde hierna nog mee, dat bij volgende tegenwerking tegenover de Duitse weermacht of sabotagehandelingen een nog groter aantal personen zou worden opgepakt en eveneens zou worden opgehangen. Hierop konden zij vertrekken.

Zij zijn toen gezamenlijk naar het gemeentehuis in Renesse gegaan om een en ander nader te bespreken, teneinde eenvormigheid te krijgen in de aan te plakken bekendmaking. Op verzoek van alle aanwezigen is een publicatie opgesteld door notaris Van der Velden, wonende te Zierikzee en door de secretaris van de gemeente Haamstede, de heer Van der Velde. Deze publicatie is aan allen voorgelezen en werd goedgekeurd, zodat in alle gemeenten op het eiland Schouwen Duiveland, voor zover er inwoners waren, eenzelfde publicatie kon worden aangeplakt.

Maandagmiddag 11 december omstreeks 14.00 uur hebben J. van der Werf, gemeentebode, J. van der Hoek, J.H. Braber, gebrs. Kappers en L. de Ruiter de stroppen losgemaakt van de negen gehangenen, en de lijken overgebracht naar het kerkhof van Renesse. Tijdens het vervoer van de Slotlaan naar het kerkhof waren de straten door marechaussee en soldaten afgezet. Toen de bovengenoemde personen dinsdagmorgen 12 december weer in de Slotlaan kwamen, zagen zij het lijk van de heer Lazonder hangen. Vermoed werd dat hij van maandag op dinsdag is terechtgesteld. Alle slachtoffers werden naast elkaar in een gemeenschappelijk graf gelegd. De volgorde werd genoteerd zodat de familieleden de plaats waar hun geliefden rusten, konden vinden.

Maatregelen die de Duitsers, ingevolge het vonnis van het Kriegsgericht op 10 december 1944 namen:




Het woonhuis van Hendrik Verhoeff met links zijn werkplaats.
Direct na zijn thuiskomst van de ophanging werd hij met zijn gezin op straat gezet.


De heer H.Verhoeff sr, vader van de terechtgestelde J.A. Verhoeff, moest omstreeks 15.00 uur, met zijn ongelukkige en ziekelijke vrouw met twee dochters de deur uit en werd op straat gezet. De Duitsers namen onmiddellijk intrek in hun woning. Toen de heer Verhoeff in mei 1945, na de capitulatie, in zijn woning terugkwam, waren de meubels, eetgerei enz geroofd. Zijn gereedschappen en voorraad verf van zijn schildersbedrijf waren verdwenen.

De ouders van de terechtgestelde M.P.M. van der Klooster moesten hun boerderij verlaten. Er werden drie koeien, een paard en vier boerenwagens en de gehele inspan met de oogst van 1944 in beslag genomen.

De weduwe Van der Bijl, de moeder van de terechtgestelde I. M. van der Bijl, was met haar kinderen naar de Haarlemmermeer geëvacueerd. Haar leegstaande woning met boerderij werd op 11 december door soldaten van de Grenspolitie bezocht. Er werd bedrijfsschade aangericht, terwijl huisraad werd meegenomen.




Johan Oudkerk was de oudste van de Tien van Renesse.
Toch pas 44 jaar.


Van de weduwe J.Oudkerk werd al het huisraad geroofd.

De echtgenote van de terechtgestelde C. Lazonder was zondagavond 3 december met haar kind en man ondergedoken, daar haar man had geweigerd de Duitsers een opgave te verstrekken tot het wegvoeren van mannen in de leeftijd van 17 en 40 jaar. Op 10 december is een gezin uit Bruinisse dat in die dagen moest evacueren, door de Duitsers in hun woning gezet. Een zo goed als nieuwe motorfiets werd geroofd, alsmede lijfgoederen van haar en haar kind.

Geen maatregelen werden genomen tegen de weduwe A.M.Padmos, de weduwe J.P.Jonker, de weduwe L.M.Jonker, de weduwe M.K. van der Beek en de ouders van W.M.Boot."
Tot zover het proces-verbaal, opgesteld door politieman C.Wisse uit Brouwershaven.


De bovenstaande gegevens zijn ontleend aan de Zierikzeesche Nieuwsbode van 8 december 1994. De tekst werd samengesteld door Ton van den Nouweland.


VERSLAG VAN JAAP VRIESENDORP, BEWONER VAN SLOT MOERMOND






Jaap Vriesendorp was de tweede bewoner van zijn familie.
Zijn Dordtse vader Cor kocht kasteel Moermond in 1910.
Hier zit slotheer Jaap te mijmeren voor de open haard.


INLEIDING02

Als er één man dichtbij de plaats van executie woonde, dan was het wel Jaap Vriesendorp. Hij was de eigenaar-bewoner van Slot Moermond. Hij zat in het verzet als plaatsvervangend commandant van de OD.

In het kader van ooggetuigeverklaringen en processen-verbaal heeft Jaap Vriesendorp een verklaring opgesteld. Ik trof het aan in het Archief te Zierikzee op een aan twee zijden getypt A4-tje. Zijn verslag komt voor een deel overeen met dat van de gemeentesecretaris Van der Velde, maar het heeft ook iets heel eigens. Een opmerkelijk details voor mij is, dat Vriesendorp in het voorste gelid marcheerde, samen met Hendrik Verhoeff. Een boeiend verslag.

"J VRIESENDORP VAN RENESSE

RENESSE, Z. 21-8-'45

Slot MOERMOND

Telefoon No. 4

Op 10 december 1944 des ochtends om kwart over 10 kwamen 2 tot de tanden bewapende moffen aan mijn huis, met het bevel dat ik om 11 uur op het Gemeentehuis te Renesse aanwezig moest zijn.

Daar de dreef door militairen was afgezet, begaf ik mij door de woestenij die eens mijn bos was, naar het gemeentehuis, alwaar zich de navolgende personen verzamelden, te weten:

Notaris J.J. van den Enden, J. Baas, Th. Helmstrijd, L.G. Pikkaart en H.H. Koster, allen uit Zierikzee.
H. Verhoeff, C. Gast, A. van den Hoek, H.J. van der Wekken en C. Jansen, allen uit Brouwershaven.
C.J. van der Bijl uit Duivendijke.
B.T. Boot uit Burgh.
M.W. Landegent, S. Geleynse, M. den Boer en L.C. van der Velde, allen te Haamstede.
L. Bolle, J.J. Quequierre en ondergetekende, allen uit Renesse.

Nog enkele heren werden opgeroepen, doch verschenen niet.
De namen werden niet gecontroleerd, het aantal vonden de schoften zeker voldoende.
Onder de aanwezigen heerste een zeer gedrukte stemming daar men niet wist wat er ging gebeuren, totdat de heren uit Zierikzee verschenen en deze mededeelden dat we bij een executie aanwezig moesten zijn.

In de raadzaal werden we door een bewapende mof bewaakt en buiten stonden er nog meer. Tegen 12 uur werd ons bevolen buiten ons op te stellen en marcheerden we drie aan drie, tussen de machinegeweren in de richting van Moermond's dreef. Doch ter hoogte van de Blauwe Scuut moesten we stil houden en brulde een mof dat we te vroeg waren en bleven we wachten in het laantje naast de Blauwe Scuut. Na een kwartier kwam er in volle vaart een huifkar voorbij en bleek dat daarin onze vrienden bevonden, die het barbaarse lot zouden moeten ondergaan.

Zeer kort hierna moesten we afmarcheren en werden we naar de dreef gebracht, alwaar tussen de derde en vierde eik aan de rechterkant van de weg de slachtoffers waren opgehangen en geen tekenen van leven meer gaven.

Zelf liep ik in het voorste gelid en naast mij de Heer Verhoeff uit Brouwershaven, die daar plotseling zijn eigen zoon zag hangen. Wat dit alles speciaal voor hem en voor ons allen betekende laat zich niet beschrijven en zullen wij dit nooit vergeten en waarschijnlijk evenmin vergeven.

Wij moesten ons vlak voor de slachtoffers opstellen en werd daar door een kapitein het vonnis voorgelezen en voorts allerlei dreigementen voor de toekomst geuit. De bedoeling was, dat wij dit allen aan de bevolking bekend moesten maken.

Na afloop begaven we ons nogmaals naar het gemeentehuis om een en ander te bespreken en werd daar besloten een schriftelijke bekendmaking samen te stellen en deze: om meerdere moeilijkheden te voorkomen, eerst nog aan den Commandant voor te leggen.

Op verzoek van de aanwezigen hebben de volgende heren zich hiermede belast en wel J.J. van den Enden, H.H. Koster en ondergetekende. Deze bekendmaking is toen in alle gemeenten op Schouwen aangeplakt.

Dat de zwaar gewonde heer Lazonder bij de executie tegenwoordig heeft moeten zijn is mij niet bekend, ik merkte het althans niet op.

Het stoffelijk overschot van de 9 slachtoffers is daar blijven hangen tot de volgende middag en zijn zij door enige burgers onder bewaking van moffen, op de begraafplaats te Renesse ter aarde besteld.

Op 12 december is de heer Lazonder op dezelfde plaats opgehangen, of hij voordien nog leefde is mij niet bekend, men zegt van wel. In de namiddag is hij toen bij anderen begraven.

Voor de goede orde laat ik hierbij de namen der vermoorden volgen:

J.P. Jonker, L.M. Jonker beiden uit Haamstede. W.M. Boot, J. Oudkerk, A.M. Padmos, C. Lazonder allen uit Renesse. M.P.M. van der Klooster en J.A. Verhoeff beiden uit Brouwershaven. I.M. van der Bijl uit Zonnemaire. M.K. van der Beek uit Zierikzee.

J. Vriesendorp"




INLEIDING03

In het tweede Proces-Verbaal van Christiaan Wisse treffen we het getuigeverslag van Cornelis den Boer aan. Het is van belang omdat hij hier iets anders verklaart dan in zijn eerste verklaring. Daarin lopen de mannen zwijgend naar hun stroppen. Hier zingen ze:"Een vaste Burcht is onze God". Ik heb er geen verklaring voor, waarom hij tot een andere verklaring is gekomen. Ik vind het wel bijzonder om er apart aandacht aan te schenken.


"Getuige 2. CORNELIS WILLEM den BOER, oud 18 jaar, wonende te Haamstede, Sluispad 97, die verklaarde:

"Op 5 December 1944 werd ik opgesloten in een kamer van de bunker op het Slot Haamstede. De reden waarom ik opgesloten werd, was, dat ik nimmer voor de Duitsers wilde werken.

Zaterdagavond 9 December 1944 kwam er Luitenant, genaamd SAEGER naar mij en vroeg mij, wat ik nu eigenlijk wilde, voor de Weermacht werken of worden opgehangen.

De ernst van de toestand inziende, antwoordde ik hem: "Ik werk niet voor mijn vijanden, hang mij dan op."

Zondagmorgen 10 December 1944 werd ik weer uit de bunker gehaald en buiten stonden twee Luitenants van de Duitse Weermacht met een meisje, genaamd Maatje FONDSE wonende te Haamstede. Ik hoorde dat het meisje aan die lui vroeg: "Wat moet er met die mensen gebeuren." Luitenant SAEGER antwoordde, dat ze werden opgehangen. Enkele meters van mij zag ik enkele mensen staan met de rug naar mij toegekeerd.

Onmiddellijk kwamen er toen twee huifkarren aanrijden, bespannen met paarden. In de eerste kar moesten die mensen en in de tweede moest ik met een aantal militairen.

In Renesse aangekomen, moesten die mensen in een houten hok en ik moest bij de deur blijven staan. Ik hoorde dat die mensen zongen van: "Een Vaste Burght is onze God". Al zingende, verlieten zij het hok en moesten ze achter elkander plaats nemen op een lange tafel. Een van de officieren, ik meen dat het KLUMPE was, heeft die mensen een voor een de strop omgedaan. Toen dit gebeurd was, trapten de soldaten de tafels weg, waarop deze mensen hadden gestaan. Op dat moment werd mij gezegd, dat ik me moest omkeren. Direct daarop hoorde ik een doffe val en omkijkend, zag ik een der mensen op de grond liggen. Hij werd wederom op een tafel geplaatst en vastgebonden.

Toen alles was afgelopen, mocht ik met de andere mensen die daar stonden, naar huis terugkeren."






Cornelis de Boer zag er nog jong uit.
Dat was de reden dat hij niet werd opgehangen.
Hij is ook niet veroordeeld door het Standgericht.
Hij hoorde niet tot de groep die probeerde over te steken.
Hij is wel een man van grote moed,
die door de Duitsers voor de keus werd gesteld:
werken voor de Duitsers of worden opgehangen.
Zonder aarzelen koos hij voor het laatste: ophangen.
Tot het laatst lieten de Duitsers hem in de waan.
Hij dacht dat de tiende strop voor hem was.
Hij is onze echte getuige van de ophanging.
Weliswaar geen ooggetuige, wel oorgetuige!

Wat een ontroerende moed!




Over de impact van de ophanging vertel ik op een clip opgenomen door Tjeerd Muller

De vorm van executie en de impact van de ophanging.


.