VERSLAG UIT HET GROTE GEBOD





In 1951 verscheen HET GROTE GEBOD met als ondertitel

GEDENKBOEK VAN HET VERZET VAN LO EN LKP.

De titel is ontleend aan Mattheüs 22:37-39

37 En Jezus zeide tot hem:
Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart,
en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.
38 Dit is het eerste en het grote gebod.
39 En het tweede aan dit gelijk, is:
Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven.
40 Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten.


Over het ontstaan van de Landelijke hulp aan onderduikers LO
en over de Knokploegen of KP's heb ik eerder geschreven
in mijn digitale boek over Johannes ter Horst.
Daarin heb ik ook aandacht besteed
aan de geestelijke vader
achter de landelijke organisatie voor de hulp aan onderduikers:
Frits de Zwerver of ds.F.Slomp uit Heemse.






Onder de vijf foto's staat te lezen:
Deze 5 personen behoorden tot de LO op Schouwen en Duiveland.

Van links naar rechts
Iman M. v.d. Bijl Plaatselijk leider LO-Zonnemaire
Joost P. Jonker LO-Haamstede
Leendert M. Jonker LO-Haamstede
Marcus P. v.d. Kllooster LO-Brouwershaven
Jan A. Verhoeff LO-Brouwershaven
De aparte foto is van Menke K. van der Beek
Leiding verzet Schouwen-Duiveland.

Van de andere ter dood veroordeelden
zijn waarschijnlijk geen foto's opgenomen,
omdat ze niet aangesloten waren bij het verzet.



INLEIDING

Hieronder vindt u het verslag uit HET GROTE GEBOD, het grote gedenkboek van het verzet van LO en LKP. Het staat vol met ooggetuigeverslagen, namen en fotootjes van gevallen landgenoten. Het bestaat uit twee kloeke delen. Het is het eerste grote standaardwerk van het verzet.

Dat verzet bestond allereerst uit hulp aan Joodse onderduikers en later ook uit hulp aan onderduikende mannen die niet in Duitsland te werk gesteld wilden worden. Het voedsel was al gauw alleen te verkrijgen door bij het betalen bonnen in te leveren. En die bonnen kon je in ontvangst nemen op een distributiekantoor na het tonen van je identiteitskaart of persoonsbewijs zoals men dat toen noemde. Onderduikers hadden geen geldig persoonsbewijs meer, dus kregen ze ook geen voedsel langs deze weg.

Er werden toen knokploegen gevormd die distributiekantoren overvielen om bonkaarten uit de kluis te halen. Dat deden de KP's. Op Schouwen-Duiveland zaten onderduikers. Mannen als Jan Verhoeff maakten deel uit van de LO. De bonkaarten kregen ze uit andere delen van het land.

Het is bekend dat de KP van Johannes ter Horst uit Enschede 170.000 bonkaarten en bijna één miljoen rantsoenbonnen buit maakte bij 22 geslaagde overvallen. Dat was ongeveer 15% van er landelijk op de bezetter werd veroverd. Het is niet uitgesloten dat bonkaarten van de KP-Twente door Jan Verhoeff werden uitgedeeld aan de onderduikers op het eiland.

Het verslag klopt niet helemaal: er staat dat allen werden gevangen genomen uitgezonderd een echtpaar. Uit de andere verslagen weten we dat er een aantal wist te ontsnappen. Later werden ze overigens wel opgepakt en in krijgsgevangenschap weggevoerd. Alleen een gevluchte student bleef uit handen van de Duitsers.

Door deze publicatie in HET GROTE GEBOD in 1951 kreeg het verhaal van de tien van Renesse ook landelijke bekendheid. Tot dan was er vooral in de locale pers en brochures aandacht aan besteed.


"SCHOUWEN-DUIVELAND

In de eindphase van de bezetting heeft de illegaliteit van het eiland
nog een zeer tragische gebeurtenis meegemaakt.

De Duitse bezetting bestond ten dele uit Russische krijgsgevangenen,
wier leider contact zocht met de illegaliteit om te helpen het eiland te bevrijden.

Daar kwam echter niets van,
maar de Duitsers begonnen ongerust te worden
en vorderden voor hun veiligheid alle mannen tussen 17 en 40 jaar.

Een groep illegale werkers beraamde daarop het plan om het eiland te ontvluchten.

Op 3 December '44 werd door de districtsleider van de PZEM te Zierikzee,
die een telefoonverbinding met de geallieerde troepen in stand had gehouden
en daarover veel inlichtingen verschaft had,
gevraagd of de mogelijkheid bestond enige personen van het eiland weg te halen.

Op een koude donkere avond, 7 December '44,
gingen 16 mannen en één vrouw samen langs een eenzame dijk naar de Schelde
en tuurden over het water.
De spanning klom en het hart klopte al driftig de vrijheid, de VRIJHEID… tegemoet.
Maar om half negen raasde een auto langs hen heen, bezet met Duitsers.
Van zee uit kon men de auto zien rijden;
de koplampen maakten een smalle lichtbaan in de duisternis.
De auto draaide de dijk af
en toen kon men van zee uit het rode achterlicht zien.
De snelboot met Engelse stoottroepen, die hen bevrijden zou, keerde terug.
Men dacht dat er verraad in het spel was
en de mensen gevlucht waren…
Kort daarop verschenen Duitse soldaten, die op het echtpaar na allen gevangen namen:
o.a. een Engelse piloot, een Nederlander in Engelse dienst,
een student en een Armeens onderofficier-spion;
verder verzetsmensen van het eiland.

Een paar dagen later werden uit elke gemeente van het eiland vijf personen,
waaronder familieleden van de gevangenen,
naar de Slotlaan van het slot Moermond te Renesse gestuurd.
Vele soldaten bewaakten daar de omgeving.
Om twaalf uur moest de stoet van het gemeentehuis zich erheen begeven.
Daar aangekomen zag men de 10 lijken,
pas opgehangen aan zware balken tussen twee bomen,
sommige nog stuiptrekkend.
Een vader zag er zijn zoon tussen hangen…

Tweemaal 24 uur moesten de slachtoffers van het Duitse barbarendom blijven hangen.
Hun zonde was geweest, dat zij als goede Zeeuwen hun vrijheid te veel bemind hadden."



HET GROTE GEBOD
GEDENKBOEK VAN HET VERZET IN LO EN LKP
Deel I
Ongewijzigde derde druk
Uitgeversmaatschappij J.H. Kok, Kampen 1979
Pag 305-306



Het Grote Gebod gedigitaliseerd

In 2014 nam Stichting Herinnering LO-LKP het initiatief Het Grote Gebod te digitaliseren en op internet ter beschikking te stellen. Aan Joke Scheepstra, dochter van verzetsleider Liepke Scheepstra viel de eer te beurt dit te mogen realiseren. Toen Joke bezig was met digitaliseren herinnerde ze zich dat toen in 1989 de 4e editie van het Het Grote Gebod verscheen, het toenmalige bestuur graag ook de vijf complete jaargangen van het weekblad De Zwerver (1945-1949) in fotografische herdruk had laten verschijnen. Daar kwam het toen niet van omdat de uitgever dit in commercieel opzicht niet haalbaar achtte. Bij de correspondentie die ze daarover in archieven terugvond bevonden zich bovendien fotokopieën van illegale mededelingen, die voor dat zelfde doel waren bijeengebracht. "Nu we toch eenmaal bezig waren met digitaliseren kon dat er ook nog wel bij", aldus Joke Scheepstra. Zie Het Grote Gebod gedigitaliseerd.