LEVENSLOOP JAN ANDREAS VERHOEFF






Jan Verhoeff werd op 25 juni 1911 te Brouwershaven geboren.
Zijn vader was Hendrik Verhoeff, geboren in 's-Gravendeel,
waar hij begon als huisschilder.
We zijn op deze foto in 's-Gravendeel.
Hendrik staat hier met zijn moeder voor het ouderlijk huis.
Hendrik is na zijn huwelijk met Pieternella Johanna van der Klooster
in 1910 verhuisd naar Brouwershaven,
waar hij zijn beroep als huisschilder voortzette.
Dat heeft zonder twijfel te maken met het feit
dat zijn vrouw uit deze contreien afkomstig was.
"Er waren 4 zussen Van der Klooster.
Hun moeder overleed toen de moeder van Jan 13 jr. was.
Zij heeft toen het gezin "bemoederd".
Ze woonden op een boerderij tussen Brouwershaven en Zonnemaire."
(Info van Rinus Oosse)




Dit is een jeugdfoto van Hendrik Verhoeff, de vader van Jan.
Hij is hier nog fris en welgemoed
en zich nog niet bewust van de verschrikkingen,
die hem te wachten staan.




Een fraaie foto van het jonge gezin van Hendrik en Pieternella.
Het parmantige jongetje is Jan en het meisje is Pie.





De kinderen waren Jan, Pie, Nel en Anna.
Hier zien we een jeugdfoto van Nel (zittend) en Pie (staande).
Prachtig in het wit met witte strik.

Pie en haar zus Anna bleven op Brouwershaven bij hun ouders wonen.

Pie gaf les als handwerkonderwijzeres, Anna deed het huishouden.

Nel trok naar Rotterdam.
Daar diende ze meer dan 50 jaar bij de douairière Henriëtte Reuchlin-Lucardi.
Op haar oude dag keerde ze terug naar Brouw.
De drie zussen bleven ongetrouwd, evenals hun broer Jan.




Het gezin Verhoeff compleet.
Jan is hier al een knaap.
Als je goed kijkt zie je hem met palet en penseel
bij een doek op een ezel.
Hij is dus al jong met schilderen begonnen.

Jan kreeg van huis uit een gereformeerde opvoeding:
dagelijkse bijbellezing bij het eten,
's zondags 2x ter kerke,
naar de school met den Bijbel.
Na z'n 12de naar catechisatie en knapenverening.

Deze christelijke opvoeding heeft Jan nooit verloochend.
Het geloof in het koningschap van Jezus Christus
was zijn drijfveer om in het verzet te gaan.

Hij was het die tegen ds. Voorneveld zei:
"Wilt U mijn ouders en mijn zusters zeggen,
dat ik mijn zonden verzoend weet in het bloed van Christus?"
Een heerlijk getuigenis.




Hier staat Jan op de achterste rij op een klassefoto.
Die zal in dezelfde tijd genomen zijn als de vorige foto.
Ik schat in 1923. Jan was toen 12 jaar.
Jans zus Pie staat rechts met strik naast de juf,
Zus Anna zit op voorste rij in donkere jurk.

De jongen, twee plaatsen links van Jan
met zwarte stropdas heet Markus vd Klooster.
Dat is een neef van Markus vd Klooster,
die ook op 10 dec 1944 werd opgehangen.
(Met dank aan Izak van Langevelde voor deze info.)





Het persoonbwijs van Jan, afgegeven op 28 maart 1942.
Opvallend is ook hier z'n wilde haardos.

Ik ontving dit en het onderstaande document van Hannie Verheij-de Geus.
Ze is een achternicht van Jan.
Ze vond ze in een kistje. Ze schreef me:
'Een inspectie op de zolder
leverde een kistje op,
waarin wat herinneringen aan Jan zaten,
zoals een persoonsbewijs uit 1942 met zijn vingerafdruk erin
en een Freistellung Fahrradforderung voor hem.
Is dat interessant voor je website?'

Nou Hannie, je ziet: ze staan d'r op.
Heel hartelijke dank daarvoor!



Jan had een vrijstelling voor zijn rijwiel.
Waarschijnlijk staat dat in verband met zijn beroep als schilder.
Zijn werk beperkte zich niet tot Brouwershaven.
Ook genabuurde dorpen en boerderijen leverden klandizie.
Die fiets kwam hem in z'n verzetswerk natuurlijk uitstekend van pas.




Jan was schilder. Hij werkte bij zijn vader.
Hier staan ze met de kwast in de aanslag.
Links Jan en rechts zijn vader.

Jan zou zijn vader in de zaak opvolgen.
Zijn vreselijke dood knakte zijn vader.
Daar kwam nog bij dat deze zijn opvolger kwijt raakte.


Bijzondere brief van Hendrik van 12 december 1944

Op de beginpagina heb ik verteld hoe ds. Voorneveld
de vader van Jan aantrof op de maandag na de ophanging.
Hendrik zat er verslagen bij.
Ds.Voorneveld mocht van Jan de boodschap brengen,
dat hij zijn zonden verzoend wist door het bloed van Christus.

Hendrik reageerde daarop:
"Dominee, dan hebben we nu alle reden om God voor te danken."

Zie ook Wat was de betekenis van het geloof in God bij de Tien van Renesse?


Datzelfde geloof spreekt uit het bijzondere document dat hieronder volgt:
een brief van Hendrik aan zijn zus Johanna de Geus-Verhoeff op 12 december 1944:
twee dagen na de ophanging van Jan,
waarbij zijn vader Hendrik na afloop van de executie aanwezig moest zijn.





Hendrik voegde daar op latere datum het volgende briefje aan toe.
Hij heeft het dan expliciet over ophanging.
Opmerkelijk is zijn sarcasme aan het slot.



Een ontroerende brief.

We kijken Hendrik recht in het hart:
een sterk karakter met een sterk geloof.

Ik ben er diep van onder de indruk.

Dat een vader twee dagen na de afschuwelijke dood
van zijn enige zoon door ophanging
zo vanuit het geloof reageert: heel bijzonder.
-------------




Een ongedwongen foto.

Nel staat links, dan haar moeder en vader.
Rechts staan Anna en Pie.



De moeder van Jan overleed op 27 mei 1958.




De vader van Jan overleed op 23 december 1963




Dit is het ouderlijk huis (met 1726), links is de werkplaats.

Het ligt aan de haven van Brouw, een paar stappen van gereformeerde kerk.




Jan was in augustus 1939 vrijwilliger bij de landstorm geworden,
een soort nationale reserve.
Vlak voor het uitbreken van de oorlog waren er bijna 100.000 vrijwilligers,
die ingeschakeld konden worden bij de verdediging van het vaderland.




Wat me steeds opvalt, als ik deze foto bekijk,
wat een vriendelijke uitstraling Jan heeft.
Dat hij ook geweld kon gebruiken, blijkt uit het volgende document.



VERZOEKSCHRIFT VAN HENDRIK VERHOEFF VAN 19 NOVEMBER 1941


Als je een beetje de moeite neemt kun je het bovenstaande document lezen. Hieronder volgt nog eens de preciese tekst.

Een bijzonder document is het bovenstaande verzoekschrift van Hendrik Verhoeff uit november 1941. Daaruit blijkt dat Jan opgesloten zit in de strafgevangenis te Scheveningen. Hendrik wil graag, samen met Jans verloofde, mej. K.Evertse, bij hem op bezoek komen. Uit het antwoord blijkt dat hij al overgeplaatst is naar de strafgevangenis te Bochum-Westfalen.

Het verhaal gaat in de familie, dat Jan al vroeg in de oorlog slaags is geraakt met een Duitse soldaat die zijn verloofde lastig viel. Hij is daarop gearresteerd, veroordeeld en naar Duitsland gevoerd. Na zijn straf te hebben uitgezeten is hij terugggekeerd naar Brouwershaven. Omdat het door de Duitse rechtbank niet beschouwd werd als een oorlogsmisdaad, maar als zeg maar een crime passionel, werd hij niet langer vastgehouden. We zitten nog maar in eind 1941. Het grote vermoorden werd toen al wel voorbereid, maar Jan kwam daarvoor nog te vroeg.

Het preciese verhaal ken ik niet. Ik acht het wel curieus. Als iemand hier meer over weet, hoor ik het graag. In ieder geval zal het voor een positieve houding van Jan tegenover de Duitse bezetting niet bevorderlijk zijn geweest.

Ik schrijf de brief even over:

Brouwershaven, 19 Nov. 1941
Weled. Gestr. Heer,

Beleefd verzoek ik U, mij toestemming te verleenen
om mijn zoon Jan Andreas Vehoeff in gezelschap
van zijn verloofde (Mej. K.Evertse) op Maandag 1 Dec.
of Woensdag 3 Dec. te bezoeken?
Kunt U mij ook toestemming geven, dat ik scheer-
gerief voor hem mede breng?

Den Heer Directeur der
Untersuchungs- und Strafgefängnis
Pompstationweg 14
's-Gravenhage

Der Strafgefangene J.A.Verhoeff wurde am 18. November
nach Deutschland in das Strafgefängenis Bochum-Westfalen überführt.
Den Haag, den 25.11.1941






Dit is de laatst bekende foto van Jan.
Deze foto staat in Het Grote Gebod.

Het is zijn officiële foto.






In 1983 ontving Jan Andreas Verhoeff postuum het verzetsherdenkingskruis.



OP WEG NAAR JERUZALEM

gedicht vol licht en hoop

Ik eindig dit hoofdstuk met een gedicht.
Ieder die me een beetje kent zal zich daarover niet verbazen.
Het gaat over het hemelse Jeruzalem, waar Jan mag zijn.
Hij wist zijn zonden vergeven door het offer van Jezus Christus.
Ds. Voorneveld mocht deze troostvolle boodschap
aan zijn ouders en zussen vertellen.

Elke keer ontroert het me weer,
op weg te zijn naar Jeruzalem.

"En zeker is geen ziekte daar,
geen ongeluk, geen dood,
geen boze duivel, geen gevaar

en geen gebrek aan brood"

De tien mannen zongen het Lutherlied.
Hoe eindigt dat nog weer?

Delf vrouw en kind'ren `t graf,
neem goed en bloed ons af,
het brengt u geen gewin:
wij gaan ten hemel in
en erven koninkrijken!




JERUZALEM, MIJN VADERSTAD

1.
Jeruzalem, mijn vaderstad,
mijn moederhuis, wanneer
zal ik u zien zoals ge zijt,
de bruid van onze Heer?

2.
Daar is geen pijn en geen verdriet,
geen afgunst en geen nijd,
en angst en armoe zijn er niet
maar altijd vrolijkheid.

3.
Daar is geen zon, daar is geen maan,
geen mist, geen duisternis,
maar 't licht komt van de troon vandaan
waar de Messias is.

4.
En zeker is geen ziekte daar,
geen ongeluk, geen dood,
geen boze duivel, geen gevaar
en geen gebrek aan brood.

5.
God geve mij, Jeruzalem,
dat ik eens op een dag
een pelgrim aan uw poorten ben
en dat ik binnen mag.

6.
Daar zijn de muren transparant,
de deuren parelmoer,
de sterke plaatsen diamant,
zilver en goud de vloer.

7.
De huizen zijn er van ivoor
met vensters van kristal,
o mocht ik maar die deuren door,
dan wist ik alles al!

8.
De heiligen staan in het licht
en kijken honderd uit
van aangezicht tot aangezicht
met God en met zijn bruid.

9.
Jeruzalem, die grote stad,
mijn God was ik er maar
op 't vrolijk heilig huwelijk
een van de gasten daar.

10.
Want hiér is alle zoet vermengd
met gal en bitterheid,
geluk wordt altijd weer gekrenkt,
hoe nijpen schuld en spijt!

11.
Maar daár is leven een en al
verrukking en plezier
en duizend jaren zijn er als
de dag van gistren hier.

12.
De stroom des levens vloeit maar aan,
de straten in en uit
waarlangs de hoge bomen staan,
het groene levenskruid.

13.
De engelen zitten op een rij
als vogels in een boom,
de vreugde gaat er nooit voorbij,
het is als in een droom.

14.
Daar groeit het graan, daar rijpt de wijn
voor iedereen te geef
als nectar en als ambrozijn
waarvan men eeuwig leeft.

15.
David is daar met harp en al,
koormeester van de stad,
Maria, denkend aan de stal,
zingt het magnificat;

16.
Simeon heft zijn lofzang aan,
Mirjam en Hanna zijn
bij alle vrolijkheid vooraan
met trom en tambourijn.

17.
Te Deum zingt Ambrosius
en alle vaders mee,
Johannes en Gregorius,
zingen laudamus te.

18.
En Luther zingt er als een zwaan
en Bach, de grote Bach,
die mag de maat der englen slaan
de lieve lange dag.

19.
De negers met hun loftrompet,
de joden met hun ster,
wie arm is, achteropgezet,
de vromen van oudsher,

20.
van alle kanten komen zij
de lange lanen door,
het is een eindeloze rij,
de kinderen gaan voor.

21.
Jeruzalem, mijn vaderhuis,
mijn moederstad, wanneer
zal ik u zien? Wij zijn op reis
naar u en naar de Heer!

W. Barnard (naar 16de-eeuws voorbeeld)

Gezang 265 Liedboek voor de Kerken

Dit lied treft mij, elke keer als we het zingen of hardop lezen.
De dichter geeft zijn fantasie over de nieuwe aarde
en het nieuwe Jeruzalem vrij spel
en gebruikt daarbij talloze bijbelse elementen.
Het verrassende vind ik ondermeer dat hij de grote Bach
een plaats toedicht op het heerlijke bruiloftsfeest.

Jan Verhoeff is ons voorgegaan naar het Paradijs.
Ik hoop hem daar te ontmoeten.
En hem niet alleen!